Dr. Bram Brouwer

Onafhankelijk waarheidszoeker en om- en tegendenker

     De door wielrenner Scarponi beroemd geworden papegaai Franky is bij een ongeval gewond geraakt. |     NIEUW: Dossier corona, met feiten en fakenieuws rond corona. |     Binnenkort verhuist de De Doping Academy website naar een sub-website van deze site. |     Om de waarheid te vinden, moeten we blijven twijfelen. |
nl NL en EN
(Leestijd: 3 - 6 minuten)

[146]

Home | Terug


Schaatsen 02Mijn vorige column ging over de nieuwe lijnoverschrijdingsregel bij het schaatsen. Tijdens het schrijven kon ik niet bevroeden dat deze regel – door Mark Tuitert de Dr. Bibberregel genoemd – tegelijk grote weerstand opriep bij de schaatsers, vooral bij de Nederlanders. Volgens een artikel in de Volkskrant (2 november) is de regel geïnitieerd door Hugo Hernhoff – directeur sport van de ISU. Ze zou de veiligheid van de schaatsers waarborgen, omdat er minder ongelukken gebeuren als schaatsers in hun eigen baan blijven. Mijn verbazing was groot.

Sinds 1966 ben ik nauw betrokken bij het schaatsen, als rijder, trainer, geïnteresseerd toeschouwer en nu als sportpsycholoog. De grote wedstrijden heb ik sindsdien niet of nauwelijks gemist. Ik kom er 's nachts voor mijn bed uit. Als schaatser en als trainer/coach heb ik veel wedstrijden meegemaakt, op allerhande niveaus. Toch heb ik blijkbaar altijd zitten slapen. Tenminste volgens Hernhoff. Ik kan mij namelijk geen enkel incident herinneren waarin het overschrijden van de lijn op het rechte eind tot een ongeval leidde. Als een lezer een voorbeeld kent, laat het dan weten.

"Maar Wennemars en Timmer dan!", hoor ik u zeggen. Beiden raakten ernstig geblesseerd door een tegenstander die buiten zijn baan kwam. Natuurlijk, die gevallen staan op mijn netvlies gegrift. Ik voel de koude rillingen als ik aan de pijnkreten van Wennemars denk. Maar het gaat dan steeds om een in de binnenbocht gevallen rijder, die door de wetten der natuur de bocht uit glijdt voor de voeten van zijn tegenstander. Maar dat is nu precies de situatie waarin wordt gedoogd dat de schaatser zijn baan mag verlaten als hij of zij met grote snelheid uit de binnenbocht komt. Als we dat niet willen, moeten we een muur tussen de binnen- en de buitenbaan plaatsen. Een middel dat ernstiger lijkt dan de kwaal. Schaatsen is een snelheidssport en dat soort sporten zijn nooit geheel ongevaarlijk. Wie dat risico niet wil lopen, moet gaan schaken of dammen.

Ik adviseer Hugo Hernhoff in het vervolg met een betere verklaring te komen, dan het voorkomen van ongevallen die niet voorkomen. Dit wekt de indruk dat ik er niet ver naast zat met mijn constatering dat officials willen opklimmen in de sporthiërarchie. Ze zijn ontevreden met hun ondergeschikte dienstverlenende rol en denken zelf het middelpunt van de sport te zijn. Een denkfout: het publiek komt niet naar het stadion voor acterende officials. Haal de schaatsers bij een WK weg en Thialf is leeg. Kortom: Hernhoff heeft of geen verstand van schaatsen of hij lijkt een dubbele agenda te voeren.

Als Hernhoff echt bezorgd is over de veiligheid van schaatsers, verander dan de startregel. De starter mag een deelnemer dan niet naar de start roepen voordat de rijders uit de vorige rit volledig uit de wedstrijdbaan zijn. Dit gaf – vooral op de 1500 meter – wel problemen. Een door vermoeidheid niet oplettende schaatser uit de vorige rit, rijdt de schaatser die voor de volgende start klaar staat van achter aan. De risico's hiervan zijn groot.

Andere voorbeelden van de toenemende macht van officials zien we bij de FIFA. Die wil landen – als ze het WK willen organiseren – zelfs de wetgeving voorschrijven. Maar ook de nieuwe plannen om wielrenners tijdens de Tour de France 's nachts op doping te gaan controleren is een symptoom van officialmacht. Zelfs als je slaapt ben je niet veilig voor de officials.

De schaatsers hebben nu een petitie opgesteld, gesteund door de KNSB. Deze wordt aan de UCI aangeboden. Dat gaat niet werken. Het geeft officials de gelegenheid zich te heroriënteren en zo afschaffing van de regel en het inperken van hun macht te voorkomen. Dit blijkt al uit opmerkingen dat de regel pas over twee jaar – op het volgende UCI-congres – opnieuw aan de orde kan komen. Dat noemen we op de lange baan schuiven. Een uiterst effectieve strategie.

Van uitstel komt immers meestal afstel. Maar het is onzin. Als iedereen in het schaatsen en in het bijzonder de schaatsers zelf, overtuigd zijn dat een regel verkeerd is, kan direct worden gestopt met ze toe te passen. Spelregels zijn geen natuurwetten. Dat die afschaffing pas over twee jaar officieel wordt, het zij zo.

In de topsport spelen tegenwoordig grote commerciële belangen. Dat geldt zowel voor sporters – sponsoren betalen hun salaris – als voor organisaties (officials). Bij grote toernooien spelen grote commerciële belangen. Daar ligt het zwakke punt van de organisaties en de sterkte van de sporters. Zonder sporters immers geen evenement. Sporters staan aan de top van de natuurlijke sporthiërarchie en hebben de natuurlijke macht. Het probleem is dat die macht over de sporters verdeeld is. Dat geld ook voor de lagere macht van de officials, maar die hebben zich in hun onmacht verzameld en zijn daardoor machtiger dan de sporters. En dat gebruiken ze.

Combineren sporters hun macht, dan zijn ze machtiger dan de officials. Als ze die macht vervolgens op het zwakke punt van de organisaties (officials) richten, is de Dr. Bibber regel waarschijnlijk binnen één dag van tafel. Dan komt immers het commerciële belang in het geding.

Hoe dat praktisch uit te voeren: kies een belangrijk toernooi, met grote commerciële belangen. Zorg voor consensus onder de schaatsers. Jullie rijden niet als, bijvoorbeeld: (1) de Dr. Bibber regel en (2) de bochtenregel niet onmiddellijk afgeschaft worden, en (3) jullie in de toekomst een substantiële inspraak in de reglementen krijgen (vetorecht). Neem ook enkele minder belangrijk punten in je eisen op, als wisselgeld. Maak deze eis pas één dag voor het toernooi bekend.

Officials hebben dan vrijwel geen kans zich te heroriënteren en een wig tussen de schaatsers te drijven. En natuurlijk het dreigement uitvoeren, als ze niet op de eisen ingaan. Eensgezindheid is het grootste probleem bij de sporters. Er is vrijwel altijd een sporter die denkt: als hij/zij niet meedoet, kan ik mogelijk winnen. Dat geeft de officials – die wel eensgezind zijn – de kans een verdeel en heers strategie toe te passen en daar door hun van nature ondergeschikte macht boven de bovengeschikte macht van sporters te plaatsen.

***

Copyright © 2006-2020 - Bram Brouwer - All Rights Reserved