Dr. Bram Brouwer

Onafhankelijk waarheidszoeker en om- en tegendenker

     De door wielrenner Scarponi beroemd geworden papegaai Franky is bij een ongeval gewond geraakt. |     NIEUW: Dossier corona, met feiten en fakenieuws rond corona. |     Binnenkort verhuist de De Doping Academy website naar een sub-website van deze site. |     Om de waarheid te vinden, moeten we blijven twijfelen. |
nl NL en EN
(Leestijd: 4 - 7 minuten)
[177]

Home | Terug



Introductie

Hoofdoek 1Enkele jaren geleden was er sprake van een mogelijk hoofddoekverbod in het openbaar vervoer. Hoewel het voorstel dat niet expliciet vermelde, leek het erg op symboolwetgeving gericht op moslima’s. Ik nam mij destijds voor om, als die wet van kracht werd, met een hoofddoek te gaan reizen.

Nu komt de Amsterdamse hoofdcommissaris van politie Peter-Jan Aalbersberg met het voorstel om moslima’s bij hun politie-uniform een hoofddoek te laten dragen.

Als hoofddoeken bij het politie-uniform wordt toegestaan kunnen we meer moslima’s rekruteren en zo de etnische diversiteit bij de politie te verhogen, aldus de hoofdcommissaris.

In Nieuwsuur van donderdag 18 mei jl. discussieerden oud-politieman en voormalig PvdA-Kamerlid Ahmed Marcous met het Amsterdamse VVD-gemeenteraadslid Samira Bouchibi over dit voorstel. Marcous was voor, Bouchibi tegen. Om zijn betoog te onderbouwen hanteerde Marcous echter onjuiste argumenten en denkfouten.

Dezelfde avond verdedigde Esmaa Alariachi, voorzitster van de moslimvrouwen organisatie Al Nisa, het hoofddoek-bij-het-politie-uniform-argument in het discussieprogramma Pauw. Omdat zij globaal dezelfde argumenten gebruikte als Marcous, neem ik laatstgenoemde als uitgangspunt voor mijn betoog.

Volgens Marcous moeten moslima’s met een hoofddoek overal kunnen werken. Het uitsluiten van moslima’s bij de politie vanwege hun hoofddoek is dan arbeidsdiscriminatie. Volgens de oud-politieagent moet je dan ook goede argumenten hebben om moslima met een hoofddoek bij de politie te weigeren. Marcous steunde het argument van de hoofdcommissaris dat het toestaan van de hoofddoek bij het politie-uniform de etnische diversiteit bij de politie verhoogt.

Arbeidsdiscriminatie

Er zou volgens de politicus zelfs sprake zijn van ‘secondaire arbeidsdiscriminatie’: sommige moslimmannen willen niet bij de politie werken, omdat hun zus daar ongewenst is als ze daar met een hoofddoek solliciteert.

Ten eerste lijkt de politicus Marcous het discriminatie-argument te gebruiken om een punt te zetten in een tijdsgeest waarin discriminatie een hot item is. Dat maakt indruk. Maar volgens de redenering van Marcous doet elke organisatie met kledingvoorschriften dan aan arbeidsdiscriminatie.

Als ik in een spijkerbroek bij een prestigieus advocatenkantoor solliciteer, wordt ik niet aangenomen. Arbeidsdiscriminatie? Nee! Als ik daar wil werken moet ik me aan hun kantoorregels houden. Bij de operationele politie behoort het politie-uniform, zonder uitingen van persoonlijke aard, tot de huisregels.

Marcous zou een punt hebben als moslima’s werden geweigerd omdat ze moslima zijn, maar daar is geen sprake van. Dat hij steeds opnieuw benadrukte dat moslima’s door het hoofddoekverbod bij de politie ongewenst zijn, is dan bedrog.

Ten tweede is het grondwettelijke gelijkheidsbeginsel van toepassing. Als moslima-agentes een hoofddoek mogen dragen, mogen moslimagenten dan kandoras (islamitisch gewaad) dragen en mogen boeddhisten hun politietaken dan in hun oranje gewaden uitvoeren. Mag een politieagent, die het Flip Fluitketel geloof aanhangt, dan de voor zijn geloof verplichte fluitketel op zijn hoofd zetten. Als dat allemaal niet mag, waarom zou een hoofddoek bij moslima-agentes dan wel mogen?

Ten derde lijkt het onaannemelijk dat het toestaan van hoofddoeken bij het politie-uniform een betekenisvolle bijdrage levert aan het oplossing van het diversiteitsprobleem bij de politie, zoals de hoofdcommissaris en Marcous beweren.

Neutraliteit

Nederland kent velerlei etnische groeperingen, die slechts deels vinden dat vrouwen een hoofddoek moeten dragen. Zelfs veel moslima’s dragen geen hoofddoek. Dat Nederlanders met een andere etnische achtergrond onvoldoende bij de politie vertegenwoordigd zijn, lijkt dan een andere oorzaak te hebben dan het hoofddoekjesverbod voor moslima-agentes. Het voorstel lijk ook vooral voor een de bühne bedoeld te zijn en dat geldt ook voor het ‘secondaire arbeidsdiscriminatie’ argument, waarvoor geen enkel bewijs wordt aangedragen.

Volgens gemeenteraadslid Bouchibi schenden agentes met een hoofddoekje de neutraliteit van de politie en dat is volgens haar onwenselijk in seculier Nederland. Marcous reageerde met de stelling dat neutraliteit niet in het uniform zit, maar in de wet en dat politieagenten en -agentes geselecteerd en opgeleid zijn om de wet neutraal, zonder aanziens des persoons, te handhaven. Met andere woorden, niet de uniformen, maar de agenten en agentes zelf zijn volgens Marcous neutraal. Hij maakt hier echter ernstige denkfouten.

Denkfouten

De eerste denkfout is dat de neutraliteit van de politieagent(e) het belangrijkste is. Dat is onjuist, het belangrijkste is dat de agent neutraal overkomt. Mijn ervaring als mediator leerde mij dat neutraal zijn niet hetzelfde is als neutraal overkomen. Neutraliteit is een uiterst kwetsbaar fenomeen.

Een kleinigheid is voldoende om iemands neutraliteit in twijfel te trekken, waarna alles wat die persoon zegt of doet vanuit die vermeende partijdigheid wordt beoordeeld en dat is erg moeilijk te herstellen. Dat geldt misschien niet voor iedereen, maar wel voor een belangrijk deel van de mensen met wie de gehoofddoekte agente te maken krijgt. En, is de politie er niet voor ons allemaal? Een hoofddoek bij politieagentes is meer dan een kleinigheid.

Marcous tweede denkfout is dat niet het uniform, maar de agent(e) zelf neutraal is. Politieagenten en agentes zijn mensen en die zijn per definitie niet neutraal. Mensen kunnen slechts oordelen vanuit hun eigen denkraam en dat verschilt bij vrouwen, mannen, opleidingsniveau, christenen, moslims, atheïsten, VVD-ers, SP-ers, et cetera. Dat is lastig, maar niet onoverkomelijk, mits daar juist mee wordt omgegaan.

Marcous heeft gelijk als hij zegt dat de wet neutraal is, zonder aanziens des persoons. Althans, dat is wat de Nederlandse rechtstaat nastreeft. En, juist met hun uniform maken politieagenten en – agentes aan anderen en zichzelf duidelijk dat zij in hun functie als handhaver van die neutrale wet de Nederlandse Staat vertegenwoordigen. Hoofddoeken verstoren dit uiterst subtiele, maar uiterst belangrijke psychologische proces.

Vervolgens beargumenteerde Marcous dat de politie haar werk beter kan doen als moslima-agentes hoofddoeken dragen. Hij gebruikte als voorbeeld een bureaumedewerkster met een hoofddoek, die een positieve bijdrage leverde in een conflict waarbij moslims betrokken waren. Dat bewijst echter niet dat haar hoofddoek daarbij doorslaggevend was. Mogelijk lag het aan de bemiddelende kwaliteiten van die medewerkster en was het haar zonder hoofddoek ook gelukt.

Wellicht kunnen hoofddoeken soms positief bijdragen aan conflictoplossingen. Diezelfde hoofddoek kan in andere situaties juist escalerend werken, zoals in conflicten met PVV-ers of met moslims die niets moeten hebben van (moslim)vrouwen bij de politie. Ik vermoed dat situaties waarin hoofddoeken escaleren vaker voorkomen dan waarin ze de-escaleren. Ik ben het dan ook met wethouder Bouchibi eens dat dit argument eerst onafhankelijk onderzoek vereist.

Samenvatting

Als moslima’s een hoofddoek willen dragen is dat hun eigen keuze en als ze dat vrijwillig om religieuze redenen doen, is dat een privékwestie waar wij niets mee te maken hebben. Maar bij het politie-uniform gaat niet meer om een privékwestie. Politieagentes zijn een verlengstuk van de Nederlandse staat en dan zijn hoofddoeken bij het politie-uniform een aantasting van het op de trias politica gebaseerde Nederlandse rechtsbestel en van de Nederlandse grondwet waarin kerk en staat gescheiden zijn. De trias politica gaat over de scheiding van de wetgevende (staten generaal), uitvoerende (politie) en rechterlijke macht. Religie hoort daar niet bij. Wie dat niet begrijpt hoort niet bij de politie.

 

Naschrift

Op 26 mei 2017 meldt het ANP dat politiekorpschef Erik Akerboom had besloten dat de hoofddoek voorlopig geen deel uit gaat maken van het politie-uniform, omdat daar geen draagvlak voor is.

Ik hoop echter dat de korpschef zich realiseert dat het hier om meer gaat dan draagvlak alleen. Het gaat om de grondwettelijke scheiding van kerk en staat, van eveneens grondwettelijke rechts(on)gelijkheid en om belangrijke psychologische invloeden die de uitoefening van het politiewerk kunnen schaden. De verdedigers van het hoofddoek-bij-het-politie-uniform-argument lijken dit door ideologische verblinding over het hoofd te zien.

***

Copyright © 2006-2020 - Bram Brouwer - All Rights Reserved