(Leestijd: 3 - 5 minuten)
[183]

Home | Terug



Introductie

Tv-praatprogramma's zijn tegenwoordig niet compleet als niet minstens één econoom uitlegt hoe de crisis opgelost kan worden en anders is er wel een politicus die weer een geheel andere oplossing heeft. Of onze premier, die uitlegt dat het kabinetsscenario echt het enige is dat Nederland kan redden. Hoeveel alternatieven daar beargumenteerd zijn afgewezen en wat die argumenten zijn, blijft duister? Allen gaan echter uit van een niet bestaande wetenschap die we economie noemen. Economie is namelijk niet anders dan toegepaste psychologie. Als we de onderliggende psychologische theorieën, waarop economie is gebaseerd, beschouwen dan ontstaat een bredere visies over de crisis. Ik behandel er twee: utiliteit en Maslow.

Uitiliteit

Utiliteit is een begrip uit de psychologische functieleer en beschrijft de subjectieve waarde die mensen aan iets toekennen. Bijvoorbeeld: u koopt een zakcomputer voor € 130,-, die u vervolgens voor € 30,- ziet liggen. U voelt zich waarschijnlijk sterk bekocht. Vervolgens koopt u een auto voor € 20.100,- die even later voor precies € 20.000,- aangeboden ziet. "Toch een goede prijs betaalt", denkt u waarschijnlijk. De utiliteit van € 100,- verschilt in beide situaties sterk. Ofwel € 100 is voor mensen niet altijd evenveel waard, zoals economen wel veronderstellen.

Enkele jaren geleden onderzocht ik het prijsbewustzijn van Nederlanders t.o.v. van de euro. De respondenten bleken regelmatig iets te kopen, dat ze niet hadden gekocht als ze zich eerder de prijs in guldens hadden gerealiseerd. Hun prijsbewustzijn was defect. Leeftijd, persoonlijkheid en opleiding speelden geen rol. Blijkbaar is ons prijsgevoel (utiliteit) niet gekoppeld aan een munt (gulden, lire, etc.), maar aan de getalswaarde. De utiliteit van 10 gulden en 10 euro is dan vrijwel gelijk, waardoor we in euro's gemakkelijk te veel uitgeven. Het wordt dan interessant de omrekenkoersen naar de euro van de initiële eurolanden eens op een rijtje te zetten (van hoog naar laag).

Italië 1936,27
Griekenland 340,75
Portugal 200,48
Spanje 166,38
België 40,34
Luxemburg 40,34
Oostenrijk 13,76
Frankrijk 6,55
Finland 5,95
Nederland 2,20
Duitsland 1,96
Ierland 0,78

Opvallend is dat de vier landen met verreweg de hoogste omrekenkoers, precies de probleemlanden in de eurocrisis zijn. Als Nederlanders met een omrekenkoers van 2,20 al een defect prijsbewustzijn hadden, hoe moet dat dan voor de Italianen, Grieken, Portugezen en Spanjaarden zijn geweest met omrekenkoersen van 166 tot 1936. Zij moeten het gevoel hebben gehad, dat de wereld gratis was. Dergelijke aspecten pasten niet in de economische modellen van Gerrit Zalm en zijn collega's bij de invoering van de euro.

Maslow

In 1943 beschreef Abraham Maslow vijf hiërarchische menselijke behoefteniveaus:

1. Lichamelijke (eten, drinken, ontlasten, enz.)
2. Veiligheid en zekerheid (geborgenheid in kleine groepen: gezin,buurt, etc.).
3. Sociaalcontact (vriendschap, liefde, positieve sociale relaties e.d.).
4. Waardering, erkenning en zelfrespect (belang hechten aan sociale status).
5. Zelfactualisatie (persoonlijke groei en streven naar wijsheid)





Volgens Maslow moeten de lagere niveaus (1 en 2) bevredigd zijn voordat gedrag op de hogere (sociale) niveaus (3 t/m 5) verwacht mag worden. Als u erge dorst heeft, wilt u drinken in plaats van een gezellig gesprek. Hoewel Maslows hiërarchie minder perfect is dan hij dacht, geeft ze ons wel een goed inzicht in wat we kunnen verwachten als lagere menselijke behoefteniveaus aangetast worden. Mensen vertonen dan geen sociaal gedrag, maar trekken zich terug in de 'veiligheid' van de eigen groep. Dat is natuurlijk gedrag, dat we niemand kwalijk mogen nemen. Toch lijkt dit precies wat er in Griekenland gebeurd. We drukken de Grieken met extreme sancties terug in de eerste twee behoefteniveaus en nemen ze vervolgens gedrag kwalijk dat daarbij hoort, zoals stemmen op partijen die het eigen belang benadrukken en zich van Europa afkeren. Wij zouden precies zo reageren.

Economen spreken voortdurende over markten. Maar dat zijn dynamische sociale constructies tussen mensen, die – zeker in crisistijd – niet met starre economische formules te beschrijven zijn . Economische theorieën, opgesteld in tijden van voorspoed, werken dan niet meer. Het gaat nu om het voorspellen van menselijk gedrag en dat is bij uitstek het domeinvan psychologen. Kortom: in goede tijden kunnen we onze economie aan economen overlaten, dan werken hun modellen redelijk. In crisistijd echter moeten we terug naar de psychologie (en sociologie). Zo niet dan creëren we zelfbevestigende voorspellingen, zoals: de Grieken hun prijsbewustzijn afnemen en als het dan mis gaat sancties opleggen die ze in de lagere behoefteniveaus dwingt. Vervolgens nemen we ze het daarbij behorende gedrag kwalijk en beweren dat het allemaal hun eigen schuld is.


Nee, als psycholoog heb ik niet dé oplossingen voor de eurocrisis en ik wil economen niet ontslaan. Er zijn geen één-factor oorzaken/oplossingen. En natuurlijk zijn er grootte culturele verschillen tussen eurolanden. Maar dat wisten we vooraf. Maar als in complete bevolkingen het prijsbewustzijn wordt vernietigd, zijn problemen onvermijdbaar. Herstel kost waarschijnlijk een generatie. Dat waren de economen even vergeten. Het negeren van de onderliggende psychologie lijkt een belangrijke oorzaak, dat na langdurig aanmodderen, nog steeds geen begin van een oplossing in zicht is. Blijvend negeren van de psychologie luidt mogelijk einde van de euro en van Europa in.

***

Copyright © 2006-2020 - Bram Brouwer - All Rights Reserved