Dr. Bram Brouwer

Onafhankelijk waarheidszoeker en om- en tegendenker

     De door wielrenner Scarponi beroemd geworden papegaai Franky is bij een ongeval gewond geraakt. |     NIEUW: Dossier corona, met feiten en fakenieuws rond corona. |     Binnenkort verhuist de De Doping Academy website naar een sub-website van deze site. |     Om de waarheid te vinden, moeten we blijven twijfelen. |
nl NL en EN
(Leestijd: 7 - 13 minuten)

[381]

DA-Home | Terug

Argos 615x345Zaterdag 27 juli 2020 ging het Human-VPRO radio 1 programma Argos over haar onderzoek naar satanisch ritueel seksueel misbruik in Nederland, getiteld: Glasscherven en duistere rituelen. De Argos-journalisten leken overtuigend bewijs voor dat soort misbruik te hebben gevonden. Op de Argos website kunt u de uitzending beluisteren.[1]

Hervonden herinneringen

Argos verwees naar het boek Hervonden herinneringen en andere misverstanden dat in 1996 verscheen. In dat boek vatten de hoogleraren rechtspsychologie Hans Crombag en Harald Merckelbach de studies samen naar beschuldigingen van seksueel misbruik door hervonden herinneringen: dat wil zeggen het misbruik gepleegd zou zijn, maar de slachtoffers herinnerde zich daar niets van. Jaren later worden die verborgen herinneringen vervolgens gedetailleerd hervonden en altijd tijdens therapieën voor andere levensproblemen.[2]

Politieonderzoek naar ‘gebruikelijk’ seksueel misbruik, dat jaren later wordt gemeld, leidt meestal tot een impasse tussen het beschuldigende slachtoffer en de ontkennende vermeende dader. Er zijn immers (vrijwel) nooit objectieve en onafhankelijke getuigen die het misdrijf kunnen bevestigen. Het is dan niet mogelijk vast te stellen of dat misbruik daadwerkelijk plaatsvond of slechts bestaat in het hoofd van de aangever. Wetenschappelijke studies naar het bestaan van hervonden herinneringen van seksueel misbruik hebben hetzelfde hetzelfde probleem.

Wetenschappelijke studies richten zich daarom vaak op satanisch seksueel misbruik, omdat volgens de slachtoffers bij dergelijk misbruik meestal meerdere daders en slachtoffers bij aanwezig zijn. En de handelingen die tijdens die satanische rituelen zouden plaatsvinden, moeten vrijwel zeker sporen nalaten die, zelfs na jaren, terug te vinden moeten zijn. Zoals dat het ritueel slachten en begraven van baby’s, tot restanten van babylijkjes moet leiden. De kans dat dergelijk misbruik overtuigend kan worden aangetoond is dan aanzienlijk groter. Toch heeft uitgebreid politieonderzoek en hebben wetenschappelijke studies nooit aanwijzing gevonden voor het bestaan van dit soort gruwelijke misdrijven.


Yolanda moest haar pas geboren, in stukken gehakte baby, mee opeten


Het boek van Crombag en Merckelbach was een reactie op de grootste en meest geruchtmakende zedenzaak in Nederland ooit: de Eper incestzaak.[3]. Die kwestie hield Nederland begin jaren 1990 langdurig in haar greep.  Yolanda van B., 23 jaar, deed aangifte van seksueel misbruik. Haar ouders zouden haar vanaf haar negende  voortdurend en tegen betaling hebben aangeboden voor het afzichtelijkste seksueel misbruik dat u kunt bedenken. Ze vertelde dat ze maar liefst 23 gewelddadige illegale abortussen had ondergaan en dat er zes ritueel vermoorde en begraven baby’s waren geweest. De baby’s werden in stukjes gehakt en opgegeten. Yolanda werd gedwongen mee te eten vanhaar baby. De niet eetbare restanten werden begraven.
 

Mijn verhaal

Het boek Yolanda: Mijn verhaal verscheen in 1993.[4] Daarin tekende auteur Bob Snoijink het afgruwelijke verhaal van Yolanda op. In dezelfde tijd mocht Yolanda haar verhaal op tv vertellen bij Sonja Barend, destijds in Nederland de ‘koningin van de talkshow’. Yolanda deed aangifte van het misbruik, nadat ze was begonnen met therapeutische hypnosesessies bij de ‘psycho- en hypnotherapeute’ Dori King. Hoewel de therapeute geen aantekeningen over Yolanda’s behandeling maakte, heeft het er volgens de in 2011 overleden hoogleraar rechtspsychologie en wereldwijd erkend geheugendeskundige Willem Wagenaar alle schijn van dat het in de behandelsessies in feite ging om het oproepen van ‘hervonden herinneringen’. Wagenaar was getuige deskundige in de Eper-incestzaak en dus goed geïnformeerd.[5]

Ongebreidelde zieke fantasie

Volgens Wagenaar liet Yolanda’s medisch dossier zien dat veel van haar beweringen over illegale abortussen en vermoorde baby’s op z’n minst discutabel waren en vaak zelfs onmogelijk. Ernstige mishandelingen die bijna tot haar dood leiden lieten op wonderbaarlijke wijze geen littekens achter. De beweringen over het misbruik en de mishandelingen veranderden steeds en escallerden daarbij zowel in omvang als absurditeit. In het begin beschuldigde Yolanda ‘slechts’ haar ouders, later kwam daar satanisch ritueel misbruik bij en tot slot werd bijna iedereen met enige bekendheid in Epe beschuldigd aan het misbruik te hebben deelgenomen, inclusief de verhorende politieagenten. Van de begraven babylijkjes is nooit iets teruggevonden. Volgens Wagenaar kwamen de beschuldigingen voort uit Yolanda’s ongebreidelde en ziekelijke fantasie.[5]


De beschuldigingen kwamen uit Yolanda's ongebreidelde en ziekelijke brein


Kenmerkend voor zaken over satanisch ritueel seksueel misbruik is dat ze, net als in de Eper incestzaak, klein beginnen, maar in de loop der tijd in omvang en absurditeit toenemen. Daarbij worden de ‘feiten’, die het slachtoffer oorspronkelijk had vergeten, met toenemende overtuiging en detail door de slachtoffer verteld. Ik herinner mij nog Yolanda’s optreden bij Sonja Barend, waarin ze mij overtuigde van haar verhaal. ‘Dat verzint zo’n naïef jong meisje toch niet!’, dacht ik destijds en ik was niet de enige. Hetzelfde gold waarschijnlijk voor de rechters, zodat die, in deze kwestie, velen onschuldige ´daders´ veroordeelden.[6] In de verenigde staten deed psycholoog en geheugendeskundige Elizabeth Loftus veel onderzoek naar dit fenomeen en kwam tot dezelfde conclusies.[7; 8]

Therapie

Voor zover we weten ontstaan hervonden-herinneringen altijd in Freudiaanse therapieën waarin het slachtoffer wordt behandeld voor aanhoudende levensproblemen. Volgens de behandelende therapeuten ontstaan die problemen doordat de patiënt zijn of haar herinnering aan het vroegere misbruik onderdrukt. Het ophalen en vervolgens verwerken van die herinnering zou enorm louterend voor de patiënt zijn. Onafhankelijk psychologisch onderzoek laat echter zien dat de technieken die daarbij worden gebruikt ook uitermate geschikt zijn om levendige, nooit gebeurde, herinneringen in het brein van mensen te implementeren.

De therapeut suggereert dan dat de levensproblemen van de patiënt lijken op die van mensen die in hun jeugd seksueel misbruikt werden. Dat lucht de patiënt op, omdat die diagnose eindelijk zijn of haar al jarenlang bestaande levensproblemen labelt. De vraag of dat label klopt speelt dan nauwelijks meer een rol. We noemen dit psychologisch fenomeen het repelsteeltjes effect: het positieve effect dat uitgaat van het geven van een diagnose of naam aan (min of meer vage) al lang bestaande klachten en levensproblemen. Vervolgens wordt de patiënt naar huis gestuurd met de opdracht om te proberen zich dat misbruik te herinneren.

Die opdracht start een proces waarin de patiënt hard aan het werk gaat om zich dat misbruik te herinneren. Ons geheugen is echter minder accuraat dan we denken, zeker bij gebeurtenissen uit een ver verleden. Onze herinnering bevat dan gaten. Maar mensen willen coherente verhalen zonder gaten. Daarom vult ons brein die gaten op met verzinsels, zonder dat wij ons daar bewust van zijn. We noemen dat fabuleren. Zoeken we naar aanwijzingen voor mogelijk seksueel misbruik in een ver verleden, dan worden die gaten vrijwel zeker opgevuld met aanwijzingen voor dat soort misbruik. Die aanwijzingen worden in de therapiesessies weer besproken, waarna de therapeut de patiënt aanmoedigt naar meer aanwijzingen te blijven zoeken.

In dat proces creëert de patiënt zijn eigen cognitieve aanwijzingen (intrusies) voor het perverse satanische rituele seksuele misbruik dat in werkelijkheid nooit is gebeurd. Toch geloofd de patiënt zelf steeds sterker in dat misbruik. Om dat geloof in stand te houden en de kritiek van buiten daarop te pareren, moet dat misbruik escaleren en gaat de patiënt op zoek naar bevestiging ervan.

Griet op de Beek
Griet op de Beek 

We zagen iets soortgelijks bij de Belgische schrijfster Griet op de Beek in 2017 in het tv-programma De Wereld Draait Door.  Ze vertelde hoe ze als jong meisje door haar vader was misbruikt . Dat bleek tijdens therapiesessies die ze onderging voor andere levensproblemen. Ondertussen had de Belgische 107 ‘bewijzen’ voor dat misbruik verzameld, met als belangrijkste twee foto’s van de jonge Griet op vier- en negenjarige leeftijd. Op de foto waarop de schrijfster negen is, leek ze somberder te zijn dan op de foto waarop ze vier was. Dat is, aldus Op de Beek, hét bewijs voor het misbruik door haar vader. Objectief bewijs voor haar misbruik was er niet.

Vaag verleden

Het boek Vaag verleden: Hoe ik ging geloven in fictieve herinneringen verscheen in 2004. De auteur van het boek was ervaringsdeskundige Kitty Hendriks.[9]. Ze kreeg therapie om de traumatische ervaringen door seksueel misbruik in haar jeugd te verwerken. In die therapie werden vervolgens allerhande verdrongen herinneringen over andere misbruikervaringen naar boven gehaald, waardoor het met Hendriks steeds slechter ging. Later ging ze twijfelen aan de bedoelingen van haar therapeute en concludeerde ze dat die hervonden herinneringen gewoon vals waren.


Niet iedereen is beïnvloedbaar door de hier beschreven processen


Niet iedereen is in gelijke mate beïnvloedbaar door de hiervoor beschreven processen. Mensen die creatiever en gevoeliger zijn voor suggesties (suggestibel) neemt de kans op de beschreven beïnvloeding toe.

LEBZ

Onder andere door het boek van Crombag en Merckelbach werd in Nederland op 1 oktober 1999 het LEBZ opgricht: de Landelijke Expertisegroep Bijzondere Zedenzaken. Sindsdien moeten aangiftes van zedenzaken met rituele kenmerken worden doorverwezen naar het LEBZ, die ze op hun waarheidsgehalte toetst. Volgens het LEBZ is waar ook ter wereld nooit enig bewijs gevonden voor het bestaan van satanisch ritueel misbruik. In de wetenschappelijke (rechts)psychologie is de breed gedragen opvatting dat de gruwelijke herinneringen over satanisch ritueel misbruik tijdens bepaalde therapievormen in het brein van het vermeende slachtoffer worden geïmplementeerd.[1; 10] Kortom er is geen bewijs dat satanisch ritueel seksueel misbruik in de werkelijkheid bestaat.

Bestaat dergelijk misbruik toch?

Argos betwist de hiervoor beschreven conclusies als ze opmerken: “Er is nooit een snipper bewijs voor gevonden en toch vertellen honderdveertig mensen dat ze slachtoffer zijn van ritueel misbruik. Argos deed een jaar lang onderzoek naar hun ervaringen, analyseerde de soms schokkende overlap in de verhalen van slachtoffers en toetsten hun bevindingen aan de hand van experts in binnen- en buitenland. Gynaecologen zouden bij vrouwen glasscherven uit hun vagina hebben verwijderd die bij satanisch ritueel seksueel misbruik zouden zijn ingebracht. Daarnaast zouden meerdere slachtoffers dezelfde daders en plaatsen delict hebben aangewezen.” Kortom: In tegenstelling van wat het LEBZ, Crombag en Merckelbach en andere wetenschappers vaststelden bestaat Satanisch ritueel seksueel misbruik volgens de Argos-journalisten wel degelijk.[1]

Het Argos-bewijs beschouwd

Argos heeft gelijk als ze zegt dat het ontbreken van objectief en overtuigend bewijs voor het bestaan van satanisch ritueel seksueel misbruik niet bewijst dat dergelijke misdaden niet voorkomen. Sterker nog, volgens de twintigste eeuwse filosoof Carl Popper is het zelfs onmogelijk te bewijzen dat iets niet bestaat. Je kunt zo’n stelling slechts falsificeren met overtuigend bewijs voor het bestaan. Leverde Argos- dat overtuigende bewijs voor het bestaan van satanisch ritueel seksueel misbruik?

Ten eerste was het onduidelijk of het in de Argos-casussen ging over hervonden herinneringen of om recent misbruik dat nooit is vergeten. Mijn indruk was dat het laatste het geval was. Als dat juist is, dan is de verwijzing naar het boek van Crombag en Merckelbach misplaatst. Dat boek, studies over (satanisch ritueel) seksueel misbruik, en het hele voorgaande betoog gaat over beschuldigingen voor dergelijk misbruik nadat de aangever de ‘feiten’ daarover reconstrueerde uit hervonden herinneringen. Dat gebeurde, voorzover bekend, altijd tijdens therapieën voor andere levensproblemen. Er is nooit gezegd dat satanisch ritueel seksueel misbruik niet bestaat. Daar gingen de studies eenvoudigweg niet over.

Ten tweede, als gynaecologen glas uit vagina’s verwijderden, bewijst dat niet dat dat glas er tijdens satanisch ritueel seksueel misbruik inkwam. Daarvoor is het noodzakelijk te begrijpen dat vrouwen die aangifte doen voor dergelijk misbruik daar zelf vrijwel zeker in geloven. Ze hebben vaak een lange geschiedenis achter de rug van niet geloofd worden. Mensen kunnen dan de vreemdste dingen uithalen om hun geloof te bevestigen, zoals glas in hun vagina stoppen. Kortom, er is meer nodig om te bewijzen dat dat glas echt tijdens satanisch ritueel misbruik in hun vagina kwam.


Betrouwbare getuigen moeten 100% onafhankelijk zijn


Ten derde moeten de getuigen voor het betrouwbaar herkennen van daders en plaatsen delict volledig onafhankelijk van elkaar zijn. Dat wil zeggen ze mogen nooit onderling contact hebben gehad over het onderwerp, op welke manier dan ook. Naarmate de verklaringen van meer onafhankelijke getuigen vrijwel hetzelfde zeggen, neemt de bewijskracht van die verklaringen toe. Maar mensen die anderen van (satanisch ritueel) seksueel misbruik beschuldigen, zijn geneigd bevestiging bij elkaar te zoeken en dat kan tegenwoordig eenvoudig via sociale media zoals facebook. De bewijskracht van de getuigen valt dan terug naar bijna nul.

Argos overtuigde mij niet dat hun getuigen onafhankelijk waren. Zowel wetenschappelijk als juridisch is het bestaan van satanisch ritueel seksueel misbruik nooit overtuigend aangetoond. Als er dan plotseling honderdveertig getuigen zijn vaarvan hun getuigenissem een schokkende overlap vertonen, dan moeten tenminste vraagtekens bij die onafhankelijkheid zetten en daar onderzoek naar doen. En wederom kwamen in het Argos-verhaal vermoorde baby’s langs. Maar het programma vertelde niet of naar restanten van die babylijkjes is gezocht en of dat resultaat opleverde. Als de misbruiken waar Argos over gaat echt van relatief recente datum zijn, moeten die restanten te vinden zijn.

Afsluiting

Ik vind het jammer dat een door mij gerespecteerd en regelmatig beluisterd radioprogramma als Argos in dit geval zo onzorgvuldig te werk gaat. Ooit liet ik mij onterecht intimideren door het overtuigende verhaal van Yolanda. Mogelijk zijn de Argos-journalisten geïntimideerd door de vaak overtuigende betogen van de vermeende slachtoffers. Maar door hun journalistieke werk op die overtuigingen te baseren lijken ze zich op het pad van het complot denken te begeven. Het zal mijn oordeel over andere kwesties die in Argos aan bod komen nuanceren.

Of actueel satanisch ritueel seksueel misbruik bestaat, weet ik niet. Wel weet ik dat er op deze wereld mensen zijn die om aan hun perverse seksuele behoeften te voldoen er niet voor terugdeinzen om anderen op afschuwelijke manieren te misbruiken, tot jonge kinderen toe. Mogelijk is dergelijk misbruik deels als satanisch ritueel te kenmerken. Maar dat bewijst nog niet dat de ‘slachtoffers’ in het Argos-onderzoek gelijk hebben. Maar de 'slachtoffers'zij zijn wel degelijk slachtoffer. Waarschijnlijk niet door satanisch ritueel seksueel misbruik, maar door incapabele therapeuten.

Literatuur lijst

1. NPO Radio 1 Argos 27 juli 2020 (in het Nederlands; URL).
2. Crombag, H. F. M., & Merckelbach, H. L. G. J. (1996). Hervonden herinneringen en andere misverstanden. Amsterdam/Antwerpen: Uitgeverij Contact. isbn: 90 254 0679 3.
3. Eper incest zaak, Wikipedia (URL)
4. Snoijink, B. (1994). Yolanda: Mijn verhaal. Den Haag: BZZTôH. isbn: 90 5501 063 4.
5.

Wagenaar, W. A., Israëls, H., & Koppen, P. J. v. (2009). De slapende rechter: waarom het veroordelen van burgers niet alleen aan de rechter kan worden overgelaten. Amsterdam: Uitgeverij Bert Bakker. isbn: 978-90-351-3228-3.

6. Eper incest zaak, Wikipedia (URL).
7. Loftus, E. F. (2005). Planting misinformation in the human mind: A 30-year investigation of the malleability of memory. Learning & Memory, 12, 361-366. doi: 10.1101/lm.94705.
8. Loftus, E., & Ketcham, K. (1995). Graven in het geheugen: De mythe van de verdrongen herinnering. Amsterdam/Antwerpen: Uitgeverij L.J. Veen. isbn: 90 254 13145.
9. Hendriks, K. N. (2004). Vaag verleden: Hoe ik ging geloven in fictieve herinneringen. Utrecht: Veen Uitgeverij. isbn: 9789020404746.
10. Over het LEBZ (URL).

***

Copyright © 2006-2020 - Bram Brouwer - All Rights Reserved

Reacties  

#3 Bram 07-10-2020 20:16
Alex en Jaap, bedankt voor jullie commentaren. Ik werk nog aan een reactie. Maar omdat ik in de correctiefase zit van mijn boek over de uitsluiting van 800 atlete Caster Semenya heb ik momenteel even minder tijd voor de website.

Met vriendelijke groet

Bram Brouwer
#2 JaapV 04-10-2020 13:14
Ik heb je betoog gelezen, ik vind het een solide verhaal. Je kunt niet op voorhand zeggen, dat mensen, die vertellen dat ze misbruikt zijn onwaarheid spreken. Maar het is wel duidelijk, dat mensen die misbruikt zijn niet altijd de hele waarheid spreken, bijvoorbeeld, omdat ze bang zijn niet geloofd te worden en dan sommige dingen aandikken. Ook kloppen de tijdlijnen vaak niet helemaal en wat je ook noemde worden de gaten soms aangevuld met wat logischerwijze het meest voor de hand ligt, in plaats van met feiten.
Dat neemt niet weg, dat wij in een wereld leven waarin verschrikkelijk e dingen mogelijk zijn. Twee dingen moeten strikt gescheiden blijven, nl. het misbruik zelf en de vraag of dat in een georganiseerde vorm plaatsvind.
Bij satanisch ritueel misbruik zijn veelal meerdere mensen betrokken (volgens de verhalen), die ook een bepaalde verwantschap hebben en dus ook elkaar kunnen verlinken. Dat moet te onderzoeken zijn en je zou zeggen, dat blijkt dan ook af en toe. Daar heb ik geen voorbeelden van gehoord. Anderzijds dat er ook hooggeplaatste mensen betrokken zijn bij het plegen van ontucht, dat staat buiten kijf. Maar dat wil natuurlijk niet zeggen, dat ze dat van elkaar weten en elkaar daarin (kunnen) dekken. Dat laatste is ook vrijwel nooit bewijs voor gevonden.
Tot slot heb ik de uitzending van Argos gezien.
Ik moet zeggen, dat de interviewer/ges preksleider toch tamelijk vooringenomen en niet neutraal was in zijn benadering en zelfs deelnam aan het trekken van conclusies, terwijl hij natuurlijk ook niet van de hoed en de rand weet in de zaken, die de geïnterviewden naar voren brachten. Een onderzoeker moet er neutraal in staan en geen eigen mening inbrengen, dat zegt niets over de zaak, dat zegt alleen maar iets over hoe hij de informatie verwerkt en een bepaalde kant opstuurt. Als je op zoek bent naar bevestiging van wat je al denkt zal er nooit een goede conclusie uit komen. Dan ga je dingen passend maken en ga je zaken die er ook toe doen over het hoofd zien.
Kortom, goed verhaal Bram en laten we vooral kritisch blijven. Dat de foute zaken aan het licht komen, maar dat we ons niet voor de gek laten houden door spinselen van de geest of door therapeuten, die bij gebrek aan oorzaken er zelf eentje in gaan brengen, wat vervolgens een eigen leven gaat leiden.
#1 Alex 29-07-2020 23:14
Je zit op het verkeerde spoor Bram. Het is niet de taak van Argos om onomstotelijk te weerleggen, niet juridisch en niet wetenschappelij k. Ze presenteren een verhaal met hoor en wederhoor en dat leidt tot tenminste enige twijfel aan de heersende opvatting dat ritueel misbruik niet zou bestaan in Nederland. Journalistiek niets mis mee. Terecht stel je dat de categorie van gevonden herinneringen hier waarschijnlijk niet opgaat. Ik begrijp dan je weerstand tegen de inhoud niet meer. Wat is jou redelijke verwachting bij een journalistiek resultaat?

En dan juridisch:
Buitengewoon lastig om strafrechtelijk te onderzoeken. Maar ook buitengewoon belangrijk. Als er een snipper van waar is dan is het extreem ondermijnend voor de Rechtstaat. Ik ben bang dat justitie zich verschuilt achter de geringe bereidheid tot doen van aangifte. Alsof dat een noodzakelijke voorwaarde is voor opsporing van zware criminaliteit.
-----
Een reactie van Bram Brouwer volgt.