EN 25x39 Leestijd: 5 à 8 min. [386]

Home | Terug


Dilemma


Inhoudsopgave
End FAQ

balansweegschaal2Begin 2022 oordeelde de rechter dat de huidige Raad voor de Kinderbescherming niet aansprakelijk is voor het leed dat de zogenoemde afstandsmoeders tussen 1956 en 1984 is aangedaan. Die moeders moesten als jonge ongehuwde zwangere vrouw geblinddoekt bevallen en vervolgens hun baby gedwongen afstaan zonder die gezien te hebben, ook als ze dat niet wilden. Dat leidde bij veel van die vrouwen tot een levenslang trauma. Voor afstandsmoeder Trudy Scheele-Gertsen, die de Raad had gedaagd, en voor duizenden andere afstandsmoeders was die uitspraak ‘een harde klap’. Zij hoopten met de veroordeling van de Raad eindelijk erkenning te krijgen voor het onnoemelijke leed dat hen werd aangedaan.

Motivatie rechtbank

Voor de motivatie van de rechtbankuitspraak citeer ik Christel Don in de NRC :

De rechtbank kan nu, vijftig jaar na dato, niet vaststellen dat de Raad voor de Kinderbescherming structureel en in het bijzonder tegenover Trudy Scheele-Gertsen juridisch verwijtbare fouten heeft gemaakt. … Volgens de rechter is de druk die op de moeders (tussen 1956 en ’84) hebben ervaren, waardoor zij zich gedwongen hebben gevoeld hun kind af te staan, eerder het gevolg van sociale en religieuze verhoudingen in die periode. De rechter refereerde aan een verkennend rapport uit 2017 van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) naar de situatie van de moeders.

Rechters 626x357Ik heb een ernstig bezwaar tegen de motivatie van de rechtbank. De rechter spreekt namelijk over een ervaren druk waardoor zij (de afstandsmoeders) zich gedwongen voelden. Dat suggereert dat er mogelijk geen druk was, maar dat de afstandsmoeders dat slechts zo hebben ervaren. Hetzelfde geldt voor de gedwongen afstand. In de rechtbankmotivatie ligt besloten dat er mogelijk geen dwang was, maar dat de afstandsmoeders een advies daartoe als zodanig hebben geïnterpreteerd. Daarmee legt de rechtbank, mogelijk onbedoeld, de schuld voor het onvrijwillig afstaan van hun kind terug bij de afstandsmoeders. Dat versterkt waarschijnlijk hun trauma, terwijl we weten dat die druk en die dwang er destijds echt was.

Collectieve tunnelvisie

Ik deel echter de visie van de rechtbank dat de Raad destijds handelde binnen een door sociale en religieuze verhoudingen ingegeven collectieve tunnelvisie. Seks mocht slechts binnen het huwelijk. Een ongehuwde zwangere dochter was dan ook, zeker in religieuze gemeenschappen, een schande. Om die schande te voorkomen, groeiden kinderen, naast dat moeders gedwongen afstand van hun baby deden, destijds regelmatig op als het kind van de moeder van de moeder. Dus als broertje of zusje van de echte moeder. Destijds bestond de vrijwel onbetwistbare opvatting dat zulke jonge moeders de baby onmogelijk konden opvoeden. Zo’n collectieve tunnelvisie heeft sterke overeenkomsten met het wetenschappelijk psychologisch begrip groepsdenken.

Emeritus hoogleraar rechtspsychologie Hans Crombach beschreef tunnelvisie als een alom aanwezig verschijnsel waarbij wij door een metaforische tunnel lopen. De wanden van die tunnel ontnemen ons het zicht op informatie die zich buiten die tunnel bevindt.

Bevestigingsvertekening

Vervolgens zijn mensen sterk geneigd de binnen die tunnelvisie ontwikkelde ideeën te versterken met behulp van bevestigingsvertekening (confirmation bias). Dat wil zeggen dat ze vooral op zoek gaan naar informatie die hun bestaande ideeën bevestigt. Daarmee strijdige informatie wordt genegeerd, gebagatelliseerd of zo verdraaid dat ze toch bij hun bestaande ideeën passen.
Genegeerd werd dat veel afstandsmoeders wel degelijk oud genoeg waren om een kind op te voeden. Trudy Scheele-Gertsen was 21 jaar toen ze afstandsmoeder werd. Jongere meisjes zou dat met de nodige hulp, bijvoorbeeld van hun moeder, vaak ook gelukt zijn. Het levenslange trauma door het gedwongen afstaan van je kind of je kind te zien opgroeien als jouw broertje of zusje, zonder daar over te mogen praten, werd gebagatelliseerd. Dat is opnieuw een symptoom van tunnelvisie. Anno 2022 lijkt de rechtbank de druk en de dwang die destijds op de afstandsmoeders werd uitgeoefend nog steeds te bagatelliseren.

De raad als illusie

De historicus Yuval Harari leerde ons dat de vaste activa (gebouwen, auto’s, meubilair, etc.) van organisaties, zoals de Raad, en hun medewerkers bestaande tastbare entiteiten zijn. Maar de Raad zelf is volgens de historicus een niet tastbare illusie die slechts in onze hoofden bestaat. Met andere woorden, je kunt die activa en die medewerkers aanwijzen, maar je kunt de Raad zelf niet aanwijzen.


Daarom moeten er altijd 'koppen rollen'


Omdat we zo’n niet bestaande illusie vanuit een juridisch oogpunt een rechtspersoon noemen kan de Rechter die illusie veroordelen, maar moreel gezien is dat nietszeggend. Daarom willen wij altijd dat er ‘koppen rollen’ als een organisatie aansprakelijk wordt gesteld en zijn we onthutst als dat niet gebeurt. De Raad veroordelen zonder dat er ‘koppen rollen’ zou voor de afstandsmoeders waarschijnlijk net zo onbevredigend zijn als de uitspraak dat de Raad niet aansprakelijk is voor wat hen is aangedaan. Maar ‘koppen laten rollen’ van mensen die niets met de praktijken van toen te maken hebben is net zo onrechtvaardig, terwijl de Raad veroordelen zonder dat er ‘koppen rollen’ betekenisloos is.

Erfzondetheorie

Daarom was ik blij met de uitspraak dat de Raad anno nu niet verantwoordelijk is voor haar medewerkers decennia geleden, terwijl hun daden pasten binnen de destijds heersende inzichten. Een veroordeling zou de religieuze erfzondetheorie juridisch rechtvaardigen. In die theorie is het onheil dat mensen overkomt een straf van God voor zonden die hun (verre) voorouders bedreven. Hier de medewerkers van de huidige Raad voor de Kinderbescherming verantwoordelijk stellen voor daden die hun (verre) voorgangers pleegden en die zij misschien zelf ook verafschuwen. In zo’n juridisch gefundeerde erfzondetheorie neemt de rechter dan de plaats van God in om gebeurtenissen uit het (verre) verleden te beoordelen met de normen en waarden van het heden.

Afrekencultuur

Zo’n met jurisprudentie onderbouwd erfzondeconcept zou koren op de molen zijn van veel maatschappelijke stromingen in de huidige afrekencultuur. In die cultuur wil men vrijwel iedere gebeurtenis in het (verre) verleden beoordelen met de normen en waarden van het heden. Maar naoorlogse Duitsers zijn niet verantwoordelijk voor de mensonterende daden van hun ouders of grootouders tijdens interbellum en de Tweede Wereldoorlog. En huidige Nederlanders zijn niet aansprakelijk voor de slavernij die ons land in 1863 afschafte, overigens als een van de laatste Europese landen.


Iedere tijdsdoorsnede in de geschiedenis bouwt voort op de vóór en nadelen van de voorafgaande tijdssnede


Argumenten dat de huidige blanke Nederlander nog steeds profiteert van dat slavernijverleden is een gemeenplaats die altijd waar is. Iedere tijdsdoorsnede in de geschiedenis bouwt voort op de vóór en nadelen van de voorafgaande tijdssnede. Zonder de Big Bang waren wij er niet geweest, dus profiteren we allemaal van de Big Bang zo’n 13,8 miljard jaar geleden.

Dilemma

Maar mijn hiervoor omschreven overwegingen leidden tot een dilemma. Hadden we bijvoorbeeld nazimisdadigers na WO-II dan niet mogen vervolgen voor de hun daden die ze pleegden in tijden dat het waandenkbeeld heerste dat joden gevaarlijk ongedierte waren dat je moest uitroeien? Gelukkig gaf hoogleraar filosofie Rob Wilson het antwoord op die vraag.

Volgens Wilson is groepsdenken (collectieve tunnelvisie) geen excuus voor misstanden. Hij zegt hierover: “Groepen zijn geen denkende entiteiten en delen geen collectief bewustzijn. … Het zijn individuele geesten, niet groepsgeesten, die bestaan.” Wilson en zijn medewerkers laten zien dat groepsdenken ‘slechts’ een psychologisch begrip is, met als doel de dynamiek in groepen te beschrijven en te verklaren. In de juridische wereld bestaat het begrip groepsdenken niet. Met andere woorden het was voor de rechtbank onmogelijk het de collectieve tunnelvisie uit de jaren 1956-1984 mee te wegen in haar vonnis. De rechter kan slechts individuele personen aanspreken hun gedrag in die periode. Die personen werken niet meer bij de huidige Raad.

***

Copyright © 2006-2022 - Dr. Bram Brouwer - All Rights Reserved