Doping Academy

Onafhankelijk kennis- en informatiecentrum doping

     De columns van de Doping Academy verhuizen naar deze plaats. |      De nog niet verhuisde columns van de Doping Academy vindt u hier. |
nl NL en EN
(Leestijd: 4 - 8 minuten)

[149]

DA-Home | Terug

Waarom ruïneert Floyd Landis zichzelf met juridisch procedures, schrijft hij een boek, laat hij anderen aan zich committeren? Om zijn onschuld te bewijzen? Maar waarom bekent hij dan toch?

Verbazing

Floyd Landis 250px 
Floyd Landis

Ik sta waarschijnlijk niet alleen in mijn verbazing over Floyd Landis plotselinge recente bekentenis van dopinggebruik in de Tour van 2006 en eerder. De renner prikkelde ook mijn professionele interesse als (sport)psycholoog.

Waarom ruïneert iemand zichzelf eerst om zijn onschuld te bewijzen (zijn verdediging kostte miljoenen)? Waarom schrijft iemand vervolgens een boek om die onschuld wereldwijd uit te dragen? Waarom laat iemand anderen (met een reputatie) aan zich committeren, om zijn onschuld te bewijzen? En waarom bekent iemand dan vier jaar later plotseling toch?

Psychologen formuleren dan hypothesen om dergelijk gedrag te verklaren. De hypothesen die we hier bespreken, zijn gebaseerd op twee, in de psychologie breed geaccepteerde, theorieën: (1) Adams theory of inequity (onrechtvaardigheid) en (2) Festingers cognitieve dissonantietheorie. We beginnen met een korte uitleg over die theorieën. In een derde hypothese gaan we ervanuit dat Landis veroderstelt dan zijn collega's ook doping gebruiken.

Hypothese 1

Volgens Adams willen mensen rechtvaardig behandeld worden ten opzichte van vergelijkbare anderen. Een voorbeeld: u vindt dat u voor uw werk goed betaald wordt, maar u vindt ook dat het onterecht is dat uw collega (de vergelijkbare andere) voor hetzelfde werk meer betaald krijgt. Tegelijk tevreden en ontevreden zijn over hetzelfde (salaris), geeft een intern conflict en dat leidt tot een onplezierige emotionele toestand. Festinger noemde dat cognitieve dissonantie. Dat uw baas meer verdient, ervaart u niet als onrechtvaardig. Hij is geen vergelijkbare andere. Belangrijk is dat het niet om werkelijke onrechtvaardigheid gaat, maar om ervaren onrechtvaardigheid. Die kan per individu verschillen. Het onplezierige gevoel dat cognitieve dissonantie geeft willen mensen opheffen en daarvoor zijn in ons voorbeeld meerdere opties mogelijk, zoals: tegen uw baas zeggen dat u hetzelfde wilt verdienen, langzamer gaan werken of kiezen voor een cognitieve oplossing.

Een cognitieve oplossing wil zeggen dat mensen hun opvattingen bijstellen. In ons voorbeeld: de rechtvaardigheid herstellen door te denken dat uw collega meer ervaring heeft en daardoor recht heeft op een hoger salaris. Dergelijke opties laten het onrechtvaardigheidsgevoel afnemen en daarmee de cognitieve dissonantie. Mensen kunnen gelijktijdig meerdere cognitieve dissonanties ervaren.

Als we deze theorieën op de case Floyd Landis toepassen, is onze eerste hypothese dat de Amerikaan door zijn afkomst waarschijnlijk een hoog rechtvaardigheidsbesef heeft. Zijn cognitieve dissonantie neemt dan bij onrechtvaardigheid snel toe. Landis groeide op als Amish: een conservatieve, diep religieuze gemeenschap in Noord Amerika. De Amish kennen een hoog rechtvaardigheidsbesef.

Als een Amish zich niet aan de afspraken van de gemeenschap houdt, wordt dat bestraft met shunning (mijding). Spreken met of luisteren naar de overtreder is dan verboden, tot die zijn zonden belijdt in een bijeenkomst van de gemeenschap. De overtreder is dan feitelijk uit de gemeenschap verstoten. Voor mensen een zeer zware sociale straf. Daar staat tegenover dat Amish elkaar altijd blijven steunen.

Hypothese 2

Onze tweede hypothese zegt dat Landis het gebruik van stimulantia niet als onrechtvaardig beoordeelde. Wielrennen was vanaf haar ontstaan (± 1870) een volkssport. Fietsfabrikanten sponsorden renners om hun verkoop te stimuleren. Soigneurs (verzorgers) waren financieel afhankelijk van de prestaties van hun poulain. Winnen was belangrijker, dan hoe gewonnen werd. Wedstrijden werden door kranten georganiseerd, om de oplage te verhogen. Wielerjournalisten droegen daaraan bij door het schrijven van de heroïsche verhalen waaraan de wielersport rijk is, maar waarin fictie en werkelijkheid moeilijk zijn te scheiden. Kortom: wielrennen was van meet af professioneel.

Professionalisme in andere sporten ontwikkelde zich pas na de tweede wereldoorlog. Het gebruik van stimulantia was eind negentiende eeuw breed geaccepteerd. Sigmund Freud dacht dat cocaïne de mensheid zou verheffen. In die sfeer was het niet vreemd dat stimulantia het profwielrennen binnensloop als kunstmatige prestatiebevorderaar. Door het gesloten karakter van de professionele wielerwereld (omerta van het peloton) werden de ideeën over kunstmatige prestatiebevordering van generatie op generatie overgedragen, tot aan Landis en zijn collega’s toe. Stimulantiagebruik is dan normaal en rechtvaardig.

Hypothese 3

Een derde hypothese zegt dat Landis veronderstelt dat zijn collega’s ook stimulantia gebruikten. Deze hypothese is door de renner met zijn bekentenis bevestigd.

Mogelijke verklaringen voor Landis gedrag

Met deze hypothesen kunnen we het gedrag van Landis deels verklaren. Voorafgaand merken we op dat het besproken gedrag en de gedragskeuzes veelal grotendeels onbewust plaatsvinden. Landis werd in 2006 als enige van zijn ploeg bestraft voor gedrag (stimulantiagebruik) dat hij als rechtvaardig ervoer, terwijl zijn collega’s hetzelfde deden (althans volgens Landis). Voor iemand met een hoog rechtvaardigheidsbesef zijn dit dé ingrediënten voor sterke gevoelens van onrechtvaardigheid, met de bijbehorende cognitieve dissonantie. Om die dissonantie weg te werken, had de Amerikaan meerdere opties. We bespreken er enkele.

Bekennen was een slechte optie, hij werd dan nog steeds als enige gestraft voor collectief gedrag. Bekennen en zijn collega’s daarbij betrekken was eveneens geen goede optie. Het zou wel de collectiviteit van het gedrag duidelijk maken en een gelijke behandeling opleveren, maar het onrechtvaardigheidsgevoel ten opzichte van die collega’s zou sterk toenemen. Die hadden immers - net als hijzelf - niet meer gedaan dan zo goed mogelijk hun vak uitoefenen en daar hoort het gebruiken van stimulantia bij.

De beste optie was zijn onschuld aantonen. Als dat aanvaard werd zou hij weer net zo rechtvaardig behandeld worden als zijn collega’s, zonder dat hij die erbij hoefde te betrekken. En de procedure waarop zijn overtreding was gebaseerd, gaf alle ruimte voor een dergelijke onschuldverklaring. Diverse deskundigen vinden nog steeds dat Landis op basis van die procedure niet veroordeeld had mogen worden.

Tot hier kunnen we vanuit een rechtvaardigheidsperspectief redelijk verklaren waarom de renner destijds handelde zoals hij handelde. Waarom hij in 2010 plotseling bekent, is minder duidelijk en vraagt enige speculatie. Plotseling is gecursiveerd, omdat het voor Landis waarschijnlijk een langdurig proces was.

Er lijken tenminste twee plausibele redenen te zijn voor Landis bekentenis, die elkaar niet uitsluiten. Ten eerste kan de renner stimulantiagebruik onrechtvaardig zijn gaan vinden. Bijvoorbeeld om cognitieve dissonantie over zijn (onrechtvaardige) straf te verminderen. Een cognitieve oplossing is dan gaan denken dat gebruik toch onrechtvaardig is. Dat rechtvaardigt zijn straf, zodat hij daar beter mee om kan gaan. Het past bij iemand met een hoog rechtvaardigheidsbesef die fout dan ook te bekennen en zijn voormalige collega’s daarin mee te nemen. Hun gedrag was dan, volgens Landis huidige inzicht, immers ook onrechtvaardig en dat mag je niet accepteren.

Een andere verklaring is dat hij van zijn voormalige collega’s vervreemde en daarin teleurgesteld was. In de wielerwereld is uit het oog, uit het hart. Dit is tegengesteld aan Landis opvoeding. Door die vervreemding wordt het gemakkelijker ex-collega’s te beschuldigen. Dat gaf twee voordelen: (1) hij zou eindelijk gelijk behandeld worden en (2) individueel gebruik werd collectief gebruik en dus minder erg (zelfrechtvaardiging). Dit effect kan versterkt zijn, doordat de pogingen om zijn onschuld te bewijzen waren uitgeput. Ook werd Lance Armstrong als de grote man bejubeld en ging zelfs bij de president op de koffie. Maar Armstrong had hetzelfde gedaan als hij (althans volgens Landis). Hoe Landis de onrechtvaardigheid ervaart ten opzichte van hen die hem steunden in zijn strijd tegen de ‘valse’ beschuldiging, en wiens reputatie nu aangetast is, vertelt het verhaal niet.

Afsluitend merken we op dat menselijk gedrag een complex fenomeen is, waarop meestal meerdere, elkaar niet uitsluitende, verklaringen toepasbaar zijn. Onze poging om Landis gedrag vanuit rechtvaardigheid te verklaren, betekent dus niet dat dit enige verklaring is voor dat gedrag.

Gebruikte Literatuur

  • Adams, J. (1965). Inequity in social exchanche. In L. Berkowitch (ed), Advances in experimental social psychology (Vol. 2, pp. 267-299). New York: Academic Press.
  • Brouwer, B. (2008). Doping als Drogreden. De cyclus van bevestigingsvertekeningen en zelfbevestigende voorspellingen van doping in de wielersport. Heerlen: Open Universiteit Nederland. Afstudeerscriptie.
  • Brouwer, B., Lodewijkx, H. & Kuipers, H. (2009). Dopingbekentenis langs de wetenschappelijke meetlat: Prestatietoename door hemoglobineverhogende methoden bij wielrennen. Sportpsychologie Bulletin, 20, pp. 24-37
  • Faber, K. (2010). Floyd Landis: An unsafe conviction, regardless of the quality of the data. Clinica Chimica Acta, 411, pp. 417-418
  • Festinger, L.A. (1957). A theory of cognitive dissonance. Evanston, Ill.: Row, Peterson.
  • Freud, S. (1884). Über coca. Centralblatt für die ges.Therapie, 2, pp. 289-314.
  • Landis en Moonen (2007). Floyd Landis: mijn verhaal. Utrecht: Uitgeverij het Spectrum.
  • Stangor, C. (2004). Social groups in Action and interaction. New York, Hove: psychology Press.
  • Wikipedia (2010). Amish. Op 22 juni 2010 gedownload van http://nl.wikipedia.org/wiki/Amish.
  • Wikipedia (2010). Floyd Landis. Op 22 juni 2010 gedownload van http://nl.wikipedia.org/wiki/Floyd_Landis.

Aanvullingen

1 Augustus 2016

  • Floyd Landis' bekentenis ging over het gebruik van epo en soortgelijke dopingmiddelen.
  • Voor zover ik kon nagaan heeft Landis nooit bekend dat hij vóór of tijdens de Tour de France 2006 testosteron gebruikte en daarvoor is hem zijn Tourzegen afgenomen. Hij heeft wel bekend dat hij epo eeft gebruikt.
  • Gezien de onbetrouwbaarheid analyse die de basis voor de veroordeling van de Amerikaan vormde is zeker denkbaar dat Landis vals beschuldigd werd voor het gebruik van testosteron.

***

Copyright © 2006-2020 - Bram Brouwer - All Rights Reserved