Doping Academy

Onafhankelijk kennis- en informatiecentrum doping

     De columns van de Doping Academy verhuizen naar deze plaats. |      De nog niet verhuisde columns van de Doping Academy vindt u hier. |
nl NL en EN
(Leestijd: 10 - 20 minuten)

[297]

DA-Home | Terug

Wat betekent de veroordeling van Lance Armstrong voor Armstrong zelf, voor de Wielersport en voor het antidopingbeleid. Bram Brouwers visie met repliek en dupliek en de reacties daarop.

Introductie

Stel: Het Openbaar Ministerie beschuldigt u van de moord op Dirk. Er is geen lijk, maar wel veel bewijs dat u nooit contact met Dirk had. Toch houdt het OM de beschuldiging jaren lang vol en treed daar steeds weer mee naar buiten. Ze beweren over verpletterend bewijs van uw schuld te beschikken, maar laten dat nooit zien. Keihard bewijs a decharge schuiven ze terzijde. Na verloop van tijd worden zelfs uw vrienden van medeplichtigheid beschuldigd. U slaapt slecht en krijgt spanningsklachten. Ook uw partner krijgt problemen en uw kinderen worden er op school mee gepest. Uw verdediging kost handen vol geld en uw vrienden krijgen problemen op hun werk.

Dan is de maat vol. U wilt uit deze kafkaëske situatie weg. U zegt dat u zich in de toekomst op uw vrouw, kinderen en vrienden richt en niet meer op de beschuldigingen in gaat. Dan reageer het OM met: "Kip! Ik heb je. Volgens de wet bent u schuldig als u niet aantoont onschuldig te zijn. In juridische termen wordt dat het strict lialibility principe genoemd. Stoppen met uw verdediging is gelijk aan schuld bekennen en dat is voldoende om u te veroordelen. Wij hoeven dat dan niet meer aan te tonen, zodat wij ons bewijs onder de pet kunnen houden." Vervolgens is de algemene opinie: "Het is toch waar van die moord, anders zou je je immers wel blijven verdedigen."

Belachelijk verhaal, denkt u? Dat zou zelfs Kafka niet bedenken. Maar vervang 'u' door Lance Armstrong en de moord op Dirk door dopinggebruik en het verhaal is een korte beschrijving van de Lance Armstrong-case. Voordat ik hier verder op in ga bespreek ik de escalatieladder bij conflicten.

Escalatieladder

We kunnen het antidopingdebat zien als conflict tussen de antidopingautoriteiten en dopinggebruikers. Dimeo[3] formuleerde dit als: de strijd tussen heroes en villains (goeden en slechten). De goeden zijn de voorstanders van het huidige antidopingbeleid en de slechten de gebruikers en iedereen dat beleid afkeurt. De antidopingautoriteiten twijfelen er niet aan tot het goede kamp te behoren zoals blijkt uit het citaat: "the self-belief of sport-doctors and policy makers on promoting anti-doping that they were doing 'good' work and that anyone who took drugs was 'evil'"[3, p. 4].


Conflicten passen op een continuüm van zakelijk naar emotioneel


We kunnen conflicten plaatsen op een continuüm van zakelijk (rationeel) naar emotioneel (irrationeel; zie figuur bovenin). Zakelijke conflicten zijn gebaseerd op feiten: het zijn echte conflicten. Naarmate de emotionele component in het conflict toeneemt, raken de feiten steeds meer op de achtergrond en worden vervangen door onbewezen (irrationele) standpunten. Als Els een brood koopt is dat een puur zakelijk 'conflict' (de bakker levert, Els moet betalen). Betaalt Els direct, dan blijft het conflict zakelijk. We ervaren het niet eens als conflict. Blijft betaling uit dan ervaart de bakker dat als oneerlijk (emotie). Blijft betaling langer uit, dan wordt hij zelfs boos (sterke emotie). Els wordt een notoire wanbetaler. In werkelijkheid was zij het vergeten omdat haar kind plotseling ernstig ziek werd.

Tv-programma's als de Rijdende Rechter en het Familiediner geven hier regelmatig voorbeelden van. De conflictpartners weten vaak niet meer hoe hun conflict begon en geven volstrekt tegenstrijdige verhalen. En als de conflictpartners elkaar niet kunnen negeren (buren, gescheiden partners met kinderen), maken ze elkaar het leven zo moeilijk mogelijk. Consistent wordt de tegenpartij als slechterik gekarakteriseerd. Dit patroon zien we niet alleen bij kleine conflicten, maar ook bij grote zoals het Midden-Oosten conflict. Ook daar lijkt niemand meer te weten hoe het conflict begon en wordt de tegenpartij gekarakteriseerd als terrorist. Zowel bij de tv-programma's als bij het Midden-Oosten conflict vraagt de neutrale beschouwer zich dan af: 'waar gaat dit eigenlijk over?'

De tekst loop door na de afbeelding.

Escallatielader 699x311

Continuüm Conflicttypen en de Escalatieladder van Glasl[5]

Om het escalatieniveau van conflicten te beschrijven ontwikkelde Glasl[5] de escalatieladder, die conflicten in drie fasen indeelt met ieder drie stappen. In fase een is men zich bewust van het conflict, maar probeert men er nog samen uit te komen. Het gaat dan om win-win situaties. In fase twee gaat het om winnen of verliezen. Slechts met een overwinning kan men het eigen belang nog veilig stellen. Maar men houdt zich nog aan morele principes, zodat de strijd correct blijft. In fase drie gaan ook de morele principes overboord en wil men nog slechts winnen, zelfs als dat ten koste de eigen partij gaat. Dan maar samen de afgrond in[2]. De kenmerken per stap worden aangegeven in de figuur.

De escalatielader en het dopingprobleem

Ook het dopingprobleem ontwikkelde zich volgens de escalatieladder. Een globale verkenning: na de dood van Tom Simpson in 1967, ontstond er discussie over doping. Hoewel dat nooit duidelijk werd vastgesteld, zou amfetamine een rol gespeeld hebben bij het overlijden van de Brit[4]. Men werd zich bewust van het dopingprobleem, maar benaderde het nog rationeel (fase 1, stap 1).

In de jaren zeventig werden lichte straffen ingevoerd. De Nederlandse oud-tourwinnaar Joop Zoetemelk kreeg in 1983 tien minuten tijdstraf voor vermeend dopinggebruik (hij is hier later voor gerehabiliteerd). Ook kreeg Zoetemelk destijds openlijk bloedtransfusies[1], bloeddoping was nog een onbekend begrip.


Vanaf de dopingtour 1998 escaleerde het dopingprobleem snel


In de jaren negentig namen de dopingcontroles toe, toen nog gezondheidscontroles genoemd (fase 1, stap 3). Vanaf de dopingtour 1998 escaleerde het dopingprobleem snel. Gebruikers werden gekwalificeerd als 'bedriegers' en 'misdadigers' en doping als 'plaag', 'kanker', 'het kwaad' (fase 2, stap 4)'. Gebruikers werden openlijk aan de schandpaal genageld (fase 2, stap 5) en sancties werden disproportioneel (fase 2 stap 6). Na 2000 werden dopinggebruikers als dé vijand van de sport gezien (the war against drugs; fase 3, stap 7) en werd systematisch aan hun vernietiging gewerkt (fase 3, stap 8).

Dit werd zichtbaar bij de dopingbeschuldiging van de Luxemburger Franck Schleck tijdens de Tour 2012. Een complete politiemacht viel de tuin van het hotel van de renner binnen, inclusief een arrestatieteam. Doordat de NOS toevallig in dezelfde tuin een tv-programma voorbereide, werd de inval goed in beeld gebracht. De associatie met de politie-inval in de Haagse Antheunisstraat in 2004 was sterk[6]. Maar daar ging het om terroristen, die daadwerkelijk een handgranaat gooiden. In Frankrijk ging het slechts om één renner die mogelijk een plaspil gebruikte (fase 3, stap 8).

Met de Armstrong-case lijkt de stap naar trede negen op de escalatieladder in het dopingconflict definitief gezet. Sinds zijn eerste tourwinst in 1999 wordt op de Amerikaan gejaagd wegens vermeend dopinggebruik. Na dertien jaar lijkt men dat te willen verzilveren door onder andere het inzetten van onbetrouwbare getuigen (zie mijn column) en getuigen met mogelijk een eigenbelang, waardoor de kans op onjuiste en zelfs valse verklaringen groot is. Maar niet alleen de eerste tourwinst van de Amerikaan wordt nu betwist, maar al zijn zeven tourwinsten. Hij wordt nu zelfs beticht van handel in doping en het aanzetten tot dopinggebruik samen met zijn ploegleider. Hij is niet meer gewoon een misdadiger, maar een super misdadiger. Maar wat betekent het als men de Amerikaan zijn zeven tourwinsten afneemt.


In twaalf jaar Tourde France werd de winnaar tien keer gediskwalificeerd


Dan is in twaalf jaar Tour de France (1999-2010) tien keer de winnaar gediskwalificeerd (1999-2005, 7x Armstrong; 2006, Landis; 2007, Rasmussen; 2010, Contador). We rekenen Rasmussen (2007) mee, omdat deze Deen in 2007 vrijwel zeker had gewonnen. En we weten in 2012 nog steeds niet wie de Tour 1999 en vele andere wedstrijden won. Soms komt pas de nummer acht in de uitslag in aanmerking als 'schone' winnaar. Dat is een vorm van   geschiedvervalsing die zelfs Stalin in de schaduw zet. Wie kan de wielersport dan nog serieus nemen?

Maar wat is een dopingcontrole nog waard als Armstrong na vijfhonderd negatieve en nul positieve controles toch wordt veroordeeld op basis van zwak flankerend bewijs, dat vervolgens niet getoond wordt. Armstrongs veroordeling is dan het deficit van het antidopingbeleid. Samen de afgrond in: Armstrong, de wielersport en het antidoping beleid.

Literatuur

1. Bergsma, J., Holthausen, J., & Ouwerkerk, P. (2011). Joop Zoetemelk: Een open boek. Amsterdam: L.J. Veen.
2. Brenninnkmeijer, A. F. M., Bonenkamp, H. J., Bruggen, J. v., & Walters, P. (2003). Handboek Mediation. Den Haag: Sdu Uitgevers.
3. Dimeo, P. (2007). A history of drug use in sport 1876-1976. New York: Routeledge.
4. Fotheringham, W. (2007). Put Me Back On My Bike: In Search of Tom Simpson. London: Yellow Yersey Press. 
5. Glasl, F. (1997). Konfliktmanagement. Ein handbuch für Führungskräfte, Beraterinnen und Berater. 6 Auflage. Bern: Paul Haupt.
6. Wikipedia. (2012). Politie-inval in Laakkwatier in Den Haag. (zie hier).

 

Reacties

Klaas Faber

Bram Brouwer spreekt in zijn column van ‘zwak flankerend bewijs’. Ik zal me in deze reactie beperken tot één illustratief punt waarover ik mijn mening al lang klaar had.

Ik doel dan op die positieve test op (exogeen) epo in de Ronde van Zwitserland (2001) die verdoezeld zou zijn. Hierbij dient men te bedenken dat de beoordeling positief of negatief voor de test op (exogeen) epo een subjectieve is, namelijk gebaseerd op ‘visuele inspectie’ van een bandjespatroon. Men zou die beoordeling makkelijk (volstrekt) objectief kunnen maken door standaard statistische patroonherkenningstechnieken toe te passen, maar daar is mijns inziens nooit serieus werk van gemaakt. Voor alle duidelijkheid: die technieken worden al zeker 30 jaar met succes toegepast in uiteenlopende gebieden. Te denken valt aan het automatisch lezen van postcodes. Dat lijkt mij derhalve een stuk geavanceerder dan het beoordelen van een epo-profiel.

In 2006 heb ik Don Catlin, de directeur van het dopingcontrolelaboratorium van Los Angeles, bezocht en bij die gelegenheid vernomen dat het betreffende technische document op de site van het Wereld Anti-Doping Agentschap niet de laatste versie was. Waarom niet, zult u zich afvragen? De reden is heel eenvoudig: Catlin was het niet eens met de besliscriteria, bijgevolg: 'Did not sign'. Moeilijker is het niet. Verder wist Catlin mij nog te vertellen van een onderzoek dat 500,000 dollar had gekost. Het rapport verdween van de site toen de financier het eens ging lezen. De resultaten waren niet zo overtuigend als gewenst.

Wat betekent een en ander voor die test in 2001? Dat lijkt me duidelijk. Het is maar helemaal de vraag hoe overtuigend het resultaat was. Besliscriteria zijn door de jaren aangepast zodra er problemen waren, met name fout-positieve uitslagen. De constante factor bij al die aanpassingen was dat de subjectiviteit bleef. Armstrong voert reeds járen als verdediging aan dat hij het spel volgens de regels speelt. En dat hij die instelling derhalve ook van zijn aanklagers verwacht. Tel daarbij op dat de lat voor de aanklager altijd hoger hoort te liggen dan voor de aangeklaagde en ik kan daar niets anders van maken dan dat hij een sterk punt heeft.

Helaas werkt het zo niet in de huidige ‘war on doping’. Bram Brouwer heeft dat netjes in een formeel kader geplaatst.

Loek Jorritsma

Hartelijk dank Bram voor deze uitstekende schets van de escalatie die zich bij 'the war on doping' voordoet. Ik had eigenlijk het woord dopingbeleid willen schrijven, maar dat krijg ik mijn pen niet meer uit. Van beleid is geen sprake, het is oorlog.

Er is dus ook geen sprake meer van een 'dopingautoriteit', maar van een 'dopingautoritair'. Tijd voor een mediator. En dan niet alleen voor de huidige procedures, maar ook voor de vraag wat onder doping moet worden verstaan. Ik heb nog wel een vraag: wordt het niet ook eens tijd dat de (sport)journalisten die de dopinggebruikers met de termen zondaars, boeven, oplichters, etc. aanduiden zich de vraag stellen waar ze mee bezig zijn? Hiermee zijn ze ook partij op de escalatieladder.

Joep Scholten

Beste Bram Brouwer,
Hoeveel woorden heeft een mens nodig om een krom gelijk recht te praten? Niets verleidelijker ook om er een mooie vergelijking tegenaan te gooien; bijv. de moord op Dirk. Dit alles lardeer je met een psychologisch hoogtepunt via een grafiek; de escalatieladder van Glas en hup; Lance kan niet schuldig zijn of er hangt op zijn minst een luchtje aan.

In dat alles past natuurlijk ook dat je min of meer verheerlijkt terugkijkt op de goeie ouwe tijd, toen Tom Simpson sneefde op een berg. Geen goed bewijs dat het amfetamine was, suggereer je. Nee, soms gaan mensen dood aan een slechte gewoonte. Teveel drinken, te veel roken, druggebruik of een combinatie van dit alles.

Ooit organiseerde ik een nascholing voor huisartsen; ze mochten meekijken bij een gastroloog in de buurt als hij maagonderzoek deed. De scoop vloog er wonderbaarlijk snel in en bij één patiënt wees de specialist nadrukkelijk naar de monitor. ‘Kijk,’ zei hij, ‘typisch het aspect van een alcoholist.’ We keken naar een opvallend bleek maagoppervlak met her en der kleine bloedinkjes. De kennelijke drinker op de scopietafel glimlachte flauwtjes voor zover dat ging met zo’n scoop in zijn mond. Maar het kon zijn dood worden, hij zou dan overlijden aan een maagbloeding. In jouw redenering onvoldoende bewijs voor alcohol als boosdoener.

Gisteren overleed de acteur Michel Clarke aan hartlijden; hij werd beroemd met de rol van zwak begaafde reus uit de film Green Mile. Wie de man zag, wist meteen, om zulke spierbundels te kweken heb je ladingen anabolen nodig. Anabolen hebben bijwerkingen. Bijvoorbeeld hart en vaat lijden. Wanneer je Arnold Schwarzenegger heet, ben je misschien nog op tijd voor het plaatsen van een stent en/of andere hersteloperaties. Bij de meeste andere simpele zielen zich afbeulend en volspuitend in fitnesscentra loopt het minder af. Ze overlijden jong. We lezen er niets over, want ze wonnen geen Tour of Olympische medaille met hardlopen, kogelstoten of andere exercitie. En nu ben jij bang dat de ontmaskering van Lance de doodsteek van de wielersport zou zijn!

Tja, eerder denk ik dat het stelselmatig blijven ontkennen van dopinggebruik dat zo kenmerkend is voor (oud) vedetten als Merckx, De Vlaminck, Altig, Janssen, Zoetemelk, Indurain, Bugno enzovoort, een veel grotere bedreiging is.

Ooit heb ik geschreven dat wielrenners niet voor hun dertigste volwassen worden. De sport is te veeleisend, de kleppen voor de ogen om te presteren verhinderen dat. Daarom moet je er voor zorgen dat ze in die periode omringd worden door mensen (trainers, verzorgers, ploegleiders, sportartsen) die hen beschermen tegen hun doorgeschoten ‘winnaarsmentaliteit’. Daarin is namelijk alles geoorloofd, ook het ‘ongebreideld geëxperimenteer met off label indicaties’ van farmaceutische producten. Tot soms de dood er op volgt.

Echt treurig is dat die (oud)renners blijven volharden in hun onschuld. Nee hoor, zelf gebruikten ze niets en ze weten ook niets van anderen. Net CEO’s van banken onder elkaar. En als een zuivere sporter dan ook nog eens ‘kanker overwonnen heeft’ (Jolande Withuis maakt als laatste zomergast over die waanzin een paar heel zinnige opmerkingen) word je in de ogen van sommige adepten een soort heilige. Zoals er ook nog hele volksstammen zijn die een Stalin, Mao of Hitler verheerlijken. Over vergelijkingen gesproken.

Nee, beste Bram, het is echt tijd voor grote schoonmaak.

Ik bekeek je literatuurlijst. Daarin ontbreekt een boek dat je alsnog zou moeten lezen: 'Amarcordsneeuw'. Het beschrijft van binnenuit de idiotie die meelift in de wielersport. In tegenstelling tot de boeken van Tylar Hamilton en David Millar is het geen openheid achteraf over eigen falen, hoe lovenswaardig ook, maar geeft het een inkijkje in de visie van een dwarsligger die zelf meefietste. Je kon op je klompen aanvoelen dat er in het begeleidend personeel van het wielerpeloton een hoop idioten rondlopen. Vooral belust op eigen voordeel.

Reactie van Klaas Faber op Joep Scholten

Beste Joep Scholten,
De willekeur van de vervolging van Armstrong zal je toch niet zijn ontgaan? De vraag naar schuld of onschuld staat daar mijns inziens buiten. De pijlers van de rechtstaat zijn dan in het geding, namelijk rechtszekerheid en rechtsgelijkheid. Zijn die hier in het geding? Jazeker, want vanaf 1996 heeft men van honderden renners bloedwaarden verzameld. Daaruit blijkt dat in de grote rondes jarenlang door ca. 80% van het peloton epo is gebruikt. In de Vuelta van 2003 was het zelfs vrijwel 100%. Bijvoorbeeld Cadel Evans reed toen mee, met Telekom. Michael Rasmussen met Rabo. Ik zou graag van Evans horen hoe het er daar aan toe ging.

Het Wereld Anti-Doping Agentschap heeft voor zichzelf geregeld pas vanaf 1 januari 2009 te vervolgen op basis van enkel bloedwaarden. Die organisatie spreekt bij besluiten graag van ‘sole discretion’. Waarom zou ze dat zo geregeld hebben? Om schandalen achteraf te vermijden?

Om een vergelijking te gebruiken: het zou toch onvoorstelbaar zijn als justitie een datum zou prikken voor de ‘geldigheid’ van DNA-bewijs? Ik kan me voorstellen dat er procedurele gronden zijn. De monsters moeten bijvoorbeeld volgens bepaalde protocollen zijn verzameld. Echter, bij Pechstein was dat laatste evenmin het geval. Gewoon zonder pardon veroordeeld. En zoals later inderdaad bleek: voor een erfelijke aandoening. Ze bleef na haar schorsing ‘abnormale’ bloedwaarden produceren. In plaats van wederom te vervolgen, kijkt men nu liever de andere kant op.

In Frankrijk komen plotseling diverse personen naar buiten met ‘aantijgingen’ tegen Armstrong. Hij zou zelfs bescherming genoten hebben van Sarkozy. De directeur van de Franse dopingautoriteit was lastig en moest maar weg. Sarkozy heeft Armstrong daarbij een dienst bewezen en  werd daarvoor bedankt met een… fiets. Zouden diezelfde personen naar buiten komen als de namen van Franse renners bekend gemaakt zouden worden?

Samenvattend: Bram Brouwer heeft aangegeven dat de ‘war on doping’ in verkeerd vaarwater is gekomen. Een met name selectief vervolgende aanklager valt nooit goed te praten. De lat móet voor de aanklager hoger liggen dan voor de aangeklaagde, ongeacht schuld of onschuld. Tegen de achtergrond van beschikbaar bewijs tegen honderden renners valt van deze hele zaak niets anders te maken dan 'window dressing'

Stevan Aldershof

Beste Bram,
Naar aanleiding van uw artikel ‘Samen de afgrond in’ (sportknowhow, 4-9-2012) wil ik bijna zeggen ‘Meneer Brouwer, nu doet u het weer!’. Mijn inziens sloeg u eerder al de plank mis in uw artikel ‘getuigen, hun betrouwbaarheid en bewijskracht’  (sportknowhow, 5-7-2011). Mijn argumenten en bezwaar richten zich vooral op uw gebruik van subjectieve beeldspraak, toepassing en interpretatie van de case ‘ Armstrong (en Landis)’ met behulp van wetenschappelijke theorieën.

Allereerst begint u in uw recente artikel de case ‘Armstrong’ te vergelijken met een moordzaak met de bedoeling aan te tonen dat de bewijsvoering in deze zaak niet rechtmatig is (helaas lees ik dit de laatste tijd in meerdere artikelen). Kunt u de vergelijking niet dichter bij huis zoeken en de case ‘Armstrong’ niet beter met een belastingfraude vergelijken? Mogelijk zijn er (nog) geen verdachte transacties (lees positieve tests), maar wel andere documentatie (lees o.a. getuigenissen) die de fraude aan het licht brengen. Het meest opvallende vind ik hierbij dat u suggereert dat dopinggebruik (en daarmee schuld) alleen aangetoond mag worden met positieve dopingtesten. Volgens mij is schuld aan dopinggebruik op meerdere manieren (o.a. bekentenis) aan te tonen. Daarbij komt het feit dat veel journalisten, onderzoekers en medestanders van de heer Armstrong te makkelijk voorbij gaan het feit dat hij wel degelijk positief is getest. Dit is alleen niet gebeurd in ‘officiële’ anti-dopingtesten van labaratoria die onder de vlag van de anti-dopigagentschappen de analyses uitvoeren (http://www.cyclingnews.com/editions/latest-cycling-news-for-august-24-2005).

Gebruik van dit onrechtmatig verkregen bewijs mag ook mijn inziens niet tot veroordeling van armstrong leiden, maar het wil niet zeggen dat er niet gebruik is gemaakt van valide en betrouwbare meetinstrumenten. Daarom verdient het bewijs wel een plek in de publieke opinie rondom de case ‘Armstrong’ en zijn 'duizenden' negatieve testen.

Ten tweede vraag ik mij af waarom u het antidopingdebat als een conflict ziet en de escalatieladder van Glas gebruikt voor interpretatie van de zaak 'Armstrong'. U legt niet uit wat voor een conflict het dan precies is. Is het een conflict tussen gelijkgestemden of een conflict waarbij de eisende partij jurispredentie heeft? Welke belangen spelen er? Is het belang van de eisende partij te achterhalen uit enkel het bestaanrecht van de organisatie of spelen er andere belangen? Mijn inziens is het antwoord op die vragen van belang om het conflict te plaatsen op de schaal van rationeel vs emotioneel. U geeft nu aan dat door het gebruik van onbetrouwbare getuigen het conflict de stap naar trede 9 heeft genomen. Morele principes zouden overboord gegooid worden zelfs ten koste van het eigen belang. Welk eigen belang en welke morele principe zijn dit dan? U bedoelt waarschijnlijk dat de (door u onbetrouwbaar gevonden) getuigenissen het enige bewijsmateriaal van de eisende partij is (de onbetrouwbaarheid van de getuigenissen is een aparte, interessante discussie waar ik nu niet verder op in zal gaan). Echter, uitspraken over het bewijs en over de wijze van bewijsvoering zijn nu nog te vroeg om te doen en getuigen zelfs van enige subjectiviteit. Immers het dossier van USADA is nog lang niet openbaar en we weten dus ook nog niet waaruit de bewijslast bestaat. Daarmee kunnen we dus nu ook nog niet bepalen of de dopingautoriteit haar (morele) principes overboord gooit. Inschaling van de zaak/conflict 'Armstrong' in de laatste trede op de escalatieladder is dan ook zeer voorbarig. Mijn inziens moeten we ook bij het USADA uitgaan van rechtmatige motieven en belangen totdat anderzinds wordt aangetoond. Het conflict vanuit het perspectief van USADA is dus nu nog geheel rationeel. Het conflict kan derhalve niet verder dan fase twee worden ingeschaald; winnen-verliezen en schuldig-onschuldig.

Hierbij dient vermeld te worden dat iedereen het antwoord al weet op de vraag of Lance schuldig is, maar men nu alleen nog debatteert over de rechtmatigheid en wijze van bewijsvoering. Interessante vraag in dit debat, die vanuit de psychologie nog niet is beantwoord, is waarom Lance heeft besloten zich niet te verdedigen tijdens de hoorzitting. Is het werkelijk het gevoel van een onrechtmatige rechtsgang en hetze zoals Lance beweert of zag hij eindelijk in dat zijn schuld niet meer te verbergen is. Waarom strijdt/streed Lance in de sport en daarbuiten altijd tot het uiterste en nu ineens niet meer?

Indien de bewijslast ontegenzeggelijk Lance's dopebruik blootlegt, is te hopen dat Lance een andere cognitieve oplossing zoekt dan te blijven vasthouden aan zijn onschuld. Voormalige ploegmaats en andere renners laten zien dat bekennen en excuseren een betere oplossing is om de cognitieve dissonantie tegen te gaan en de wielersport schoner te maken! Hiermee zou Lance de wielersport juist vooruit helpen in plaats van de afgrond in. Ik wil u dan ook het advies geven om uw titel te veranderen in 'Lance, beken en excuseer! Samen naar boven!'.

Vriendelijke groet,

Stevan Aldershof

Repliek van Bram Brouwer

Volgt nog

***

Copyright © 2006-2020 - Bram Brouwer - All Rights Reserved