Doping Academy

Onafhankelijk kennis- en informatiecentrum doping

     De columns van de Doping Academy verhuizen naar deze plaats. |      De nog niet verhuisde columns van de Doping Academy vindt u hier. |
nl NL en EN
(Leestijd: 2 - 4 minuten)

[358]

Home | Terug


Volgens de Commissie Sorgdrager bevordert epo wielerprestaies aanzienlijk? Maar daar is geen enkel bewijs voor, schrijft Bram Brouwer in de NRC van 24 juni 2013. Studies die dat vermelden werden door de commissie genegeerd.

Sorgdrager Winnie 190x261
Ex-minister van justitie
Winnie Sorgdrager

Het rapport wilde zich richten op feiten, maar staat vol speculaties. Zoals de overmacht van de Italiaanse Gewiss-ploeg in de Waalse Pijl 1994, die de werking van epo-doping zou aantonen. Maar dat het wielerdomein dat denkt, bewijst niets. Het Gewiss succes aan doping toeschrijven is ook dé manier om eigen falen te maskeren. En de wielergeschiedenis staat bol van heroïsche prestaties, ook toen epo nog niet bestond. En volgens de commissie is prestatiebevordering door eerdere dopingvormen twijfelachtig. Immers met de komst van epo kwam er voor het eerst in de wielergeschiedenis een middel dat tot een 'tweesnelheden peloton' leidde, aldus de commissie. Opnieuw, dat renners dat zo beleefden, bewijst niets.

Renners kunnen de oorzaak van tegenvallende prestaties uitstekend buiten zichzelf leggen. De concurrentie van doping verdenken is dan uiterst effectief. 'Georganiseerde onwetendheid'– een systeem waarin renners volgens de commissie belastende kennis over collega's systematisch buiten sluiten – is een perfecte voedingsbodem voor dergelijke onbewuste processen.

Het Sordrager-rapport stelde ook vast dat het prestatievermogen van renners in de jaren 90 toenam (harder fietsen) en weer afnam nadat de 50% hematocrietgrens werd ingesteld. Een onderzoeksteam van de Open Universiteit en de Universiteit van Maastricht (OU-groep) ontkrachtte dergelijke beweringen. Deze groep liet zien dat wielerprestaties zich na WO-II snel ontwikkelden, om midden jaren zestig te stabiliseren.

Begin jaren tachtig kreeg die ontwikkeling een nieuwe boost, om in de jaren negentig weer te stabiliseren (in plaatst van toe te nemen). Deze statistische bevindingen correspondeerden met een socio-historische studie over beroepswielrennen van Brewer. De OU-bevindingen lieten nauwelijks ruimte voor de invloed van epo/bloeddoping op de ontwikkeling van wielerprestaties, die overigens per land verschilde. Als we die ontwikkeling aan doping toeschrijven, dan moet dezelfde doping in dezelfde renners in verschillende landen anders uitwerken. Dat lijkt onwaarschijnlijk. De commissie negeerde deze studies.

Ook negeerde de commissie een meta-analyse – een studie over eerdere studies – van de OU-groep, die aantoonde dat als epodoping rennersprestaties bevorderd, dat hooguit minimaal is. Zo minimaal dat dergelijke effecten in de dynamiek van wielerwedstrijden geheel wegvallen. Michael Boogaart presteerde dan op eigen kracht, onafhankelijk van zijn dopinggebruik. Een studie van het Universitair Medisch Centrum Leiden, o.l.v. professor Cohen, komt met een andere benadering tot dezelfde conclusie: er is geen bewijs dat epo wielerprestaties bevorderd. Ook deze studie wordt genegeerd.

Het lijkt dan dat de commissie zich liet leiden door wat ze zelf een 'anti-dopingcultuur' noemt: groepen belanghebbenden in het 'tegengaan' van dopinggebruik. Tegengaan is tussen aanhalingstekens gezet, omdat de indruk ontstaat dat deze groepen dopinggebruik helemaal niet willen tegengaan. Dat zou immers hun bestaansrecht ondermijnen. En dan zijn de OU- en Cohen-studies niet welkom. Wilde men epo/bloeddoping echt tegengaan dan zou men deze studies met open armen ontvangen. Je kunt renners dan immers eenvoudig naar huis sturen met de opdracht daar uit te leggen waarom ze doping gebruikten die niet hielp, maar hun gezondheid mogelijk kon schaden (bij epo een beperkt risico). Epo/bloeddoping zou waarschijnlijk snel gemarginaliseerd zijn.

Nu draagt het Sordrager-rapport bij tot het waanidee van een tweesnelheden peloton. Renners die nog niet overtuigd waren, zijn dat nu zeker. En net als in de jaren negentig, worden goede wielerprestatie dan opnieuw aan doping gekoppeld, tot de meerderheid van het peloton weer denkt te moeten ´meedoen of stoppen´. Dat legt de basis voor een nieuwe onontkoombare explosie van waanzin in het wielrennen, die de genadeklap voor de wielersport kan zijn.

***

Copyright © 2006-2020 - Bram Brouwer - All Rights Reserved