Doping Academy

Onafhankelijk kennis- en informatiecentrum doping

     De columns van de Doping Academy verhuizen naar deze plaats. |      De nog niet verhuisde columns van de Doping Academy vindt u hier. |
nl NL en EN
(Leestijd: 11 - 22 minuten)

[379]

DA-Home | Terug

Het bewijs in de Lance Armstrong zaak lijkt overweldigend. Maar blijft dat zo als we dat bewijs objectief beoordelen. Hier de de visie van Bram Brouwer en de reactie daarop van hoogleraar sportrecht Marian Olfers

 

Het Lance Armstrong dossier

Armstrong 221px
Lance Armstrong

Critici van mijn laatste columns vinden dat ik dopingcriminelen als Lance Armstrong verdedig. Dat is onjuist. Ik verdedig eerlijke objectieve waarheidsvinding en als die in het voordeel van de Amerikaan uitvalt, ‘so be it’. Ook deze column geeft voldoende kans mij als verdediger van ‘het kwaad’ weg te zetten. Dat komt omdat de objectieve waarheid ongemakkelijk aanvoelt nadat Armstrong als crimineel is gekarakteriseerd. Lees daarover ook mijn columns over waarheidsvinding en betrouwbaarheid van getuigen.

Terwijl ik de USADA-documenten over Armstrong nog aan het downloaden was, had vrijwel iedereen zijn oordeel over de Amerikaan al klaar. Zo zou een duizend pagina's groot document zijn schuld onomstotelijk bewezen hebben. Er is echter geen document van deze omvang, maar 'slechts' een samenvatting van ongeveer 200 pagina's. Dat riekt naar napapegaaien.

Ik wil de Armstrong-case onafhankelijk beoordelen en dan begin je niet met de sturende USADA-samenvatting, maar maak je een eigen analyse. Ja, dat kost veel tijd. Hier geef ik mijn eerste indruk. Het gaat dan niet om de vraag of Armstrong doping gebruikte, maar of het bewijs een veroordeling daartoe rechtvaardigt.

Sterkte vs. omvang van bewijs

Sterk bewijs kan altijd kort worden samengevat. Als vijf onafhankelijke getuigen (ze kennen elkaar niet, hebben elkaar nooit gesproken en hebben niets over de zaak gelezen of op tv gezien, etc.) via de juiste procedures Jan als moordenaar van Els aanwijzen, is dat zeer sterk bewijs. Een samenvatting past op een half A4-tje.

Naarmate bewijs in sterkte afneemt is er meer van nodig. Veel zwak bewijs impliceert echter niet automatisch sterk bewijs. Als de moord op Els veel in het nieuws was en tien vrienden – die de gebeurtenis onderling en met hun omgeving bediscussieerden – in deze zaak getuigen, dan zijn hun getuigenissen zeer zwak. Juist als ze allemaal hetzelfde zeggen (zie hier) mijn eerdere column daarover). Als de omvang van zwak bewijs toeneemt, gaat een ander fenomeen meespelen: de macht van het grote getal. Bij veel zwak bewijs – waarbij de relevantie er nauwelijks toe doet – lijkt het bewijs sterk. Niemand kan immers de waarde ervan nog snel overzien. Het idee ontstaat: 'met zoveel bewijs moet het wel waar zijn'. Een nauwkeurige beoordeling blijft dan achterwege.

De USADA heeft perfect gebruik gemaakt van de macht van het grote getal. Maar zoals we zagen is veel bewijs eerder een indicatie voor de zwakte ervan, dan van de sterkte. Anders was zoveel bewijs niet nodig. De USADA-samenvatting die u zou moeten helpen de bewijsberg te doorgronden stuurt uw opvatting in werkelijkheid in de richting van die van de USADA: Armstrong is een misdadiger.

De USADA laat zien hoe je veel 'bewijs' creëert. Zo is er een Duits Rapport van de Universiteit van Freiburg (63 pag.), de Engelse vertaling (72 pag.) en een samenvatting (15 pag.). Samen 150 pagina's over een studie naar artsen die beschuldigd werden van dopingpraktijken. Dat dergelijke praktijken plaatsvinden wisten we al, zodat dit rapport in de Armstrong-case nauwelijks relevant is. Dat er moorden gepleegd worden is immers geen bewijs van Jans schuld voor de moord op Els. Er is geen 150 pagina's relevant bewijs, maar er zijn hooguit 15 pagina's irrelevant bewijs.

Selectieve bewijsvoering

Daarnaast is er ook sprake van selectieve bewijsvoering. De documentatie bevat een studie van Stray-Gundersen en collega's die aantoont dat een hoger hemoglobinepercentage (waarvoor renners epo c.q. bloeddoping gebruiken) bij crosscountry skiërs tot betere wedstrijdresultaten leidde. Twee studies van Kuipers en collega's, die het tegendeel bij top langebaan schaatsers aantonen werden echter genegeerd.

Getuigenverklaringen

Desastreus wordt de bewijsvoering als we de rennersgetuigenissen beschouwen. Een citaat uit Michael Berry's verklaring:

'I am aware that should I fail to provide truthful information to USADA that I may lose any and all benefits of my cooperation with USADA'.

 Berry beloofde niet 'de waarheid' te vertellen, maar voor de USADA nuttige informatie te leveren en hij realiseert zich dat anders zijn voordelen (strafvermindering) voor de medewerking aan de USADA vervallen. Dit is de ultieme uitnodiging tot liegen in het voordeel van de USADA en geeft weinig vertrouwen voor de getuigenverklaringen van de niet renners, die vaak uit de derde hand zijn: 'Ik heb gehoord dat ...'.

Ook zijn de getuigenverklaringen slechts puntsgewijs samengevat. Het zijn interpretaties van de verhoorder en dus beïnvloed door de vooroordelen van die verhoorder. Zo gaat dat nu eenmaal bij mensen. Letterlijke transcripties van de gesprekken waren neutraal geweest, of nog beter videoregistraties. Met bovenstaande problemen en omdat de getuigen niet onafhankelijk zijn, horen de getuigenissen slechts in de prullenbak thuis.

Redders van de wielersport

Strafvermindering was niet het enige voordeel voor de getuigende renners. In een Australische tv-documentaire – The World According to Lance – worden ze geportretteerd als redders van de wielersport. Betsy Andreu (echtgenote van renner Frankie Andreu) noemt Armstrong de Barnie Madoff (die de financiële wereld voor 65 miljard dollar oplichtte) van het wielrennen en kenmerkt de affaire als de grootste sportfraude ooit. Een bijna in tranen uitbarstende Tyler Hamilton vertelt met wroeging dat hij niet anders kon. Vervolgens mocht zijn vrouw zeggen hoe trots ze op hem was als redder van het wielrennen. De vrouwen begrepen niet dat hun eega's deel van die 'grootste sportfraude' waren.

Dat bleek bijvoorbeeld toen Hamilton vertelde hoe hij bij Armstrong thuis naar epo vroeg en verbaasd was dat de Amerikaan dat gewoon in zijn koelkast bewaarde. 'Neem maar wat je nodig hebt', reageerde Armstrong aldus Hamilton. Uit niets bleek dat Armstrong hem dwong. Ook vertelt Hamilton over het motorman-plan dat 'we' bedachten om te voorkomen dat ze zelf dopingattributen bij zich moesten hebben. Een man op een motor volgde de race en nam in de omgeving van de ploeg een hotel waar de renners voor hun doping terecht konden. Ze bedachten het samen. Dit wordt versterkt door de pagina's grote interviews waarin zowel Hamilton als Frankie en Betsy Andreu volop de kans krijgen Armstrong als 'de duivel in eigen persoon' neer te zetten. Ze gingen tegen Armstrong te keer als een echtpaar dat tijdens hun scheiding elkaar voor rotte vis uitmaakt, terwijl ze ooit samen het bed deelden. Wie in deze omstandigheden – waarbij alle rationaliteit is verdwenen – de getuigenverklaringen voldoende acht voor een veroordeling, mag hopen zelf nooit in een dergelijke kafkaëske situatie terecht te komen.

Krantenartikelen als bewijs

Opvallend is het grote aantal krantenartikelen dat als bewijs wordt aangevoerd. Dat lijkt op een combinatie van cirkelredeneringen en selffulfilling prophecies. Laat een dopingverdenking uitlekken en gebruik vervolgens de publicaties daarover als bewijs voor de beschuldiging.

Uniciteit van Armstrong

De bewijsvoering bevat een video van de finaleklim naar Sestriere in de Tour 1999. Armstrong sprint uit een achtervolgende groep van vier renners naar de twee koplopers. Vervolgens ontsnapt de Amerikaan opnieuw uit de ondertussen tot vier renners aangegroeide kopgroep en wint. Deze video lijkt te moeten bewijzen dat Armstrong slechts door doping zover boven de rest kon uitsteken. Dat getuigt echter van weinig wielerhistories besef. Die zit vol met dergelijke sportieve hoogtepunten. Denk slechts aan de strijd tussen Contador en Rodríguez in de laatste Vuelta. En waarom geldt deze redenering niet als Sven Kramer weer eens zijn concurrenten naar huis rijdt? Het is onzinbewijs.

Maar was Armstrong echt zo uitzonderlijk? Een statistisch historische analyse van de winnaarsprestaties in de Tour, Giro en Vuelta sinds WO-II liet in de epoperiode (1990-2008) geen uitschieters naar boven zien. Dus ook niet van Armstrong. Een analyse van de overwinningen op Plateau de Beille in de Pyreneeën toonde aan dat de Amerikaan in 2002 en 2004 niet beter presteerde dan Jelle Vanendert in 2011. En lees bijvoorbeeld de zojuist verschenen biografie over Merckx om te ontdekken dat Armstrong's aanval op Sestriere niet uitzonderlijk is in de wielergeschiedenis. Tabel 1 vat de overwinningen van Armstrong en vijf andere grote Tourwinnaars in de grote rondes samen.

 

  Tour
Giro
Vuelta
Dubbels in
één seizoen
Etappes in de
grote rondes
Klassiekers
&
WK's
Gino Bartali 5 -- 28 7
Fausto coppi 7 2 33 11
Jaques Anquetil 8 2 23 2
Eddy Merckx 11 4 67 33
Bernard Hinault 10 1 42 10
Lance Armstrong 7 -- 25 3

Tabel 1: Prestaties van 6 grote renners in de Grote rondes, Klassiekers en WK´s.
Voor een uitgebreide tabel zie het einde van dit artikel onderaan dit artikel.

 De tabel laat zien dat Armstrong met zeven overwinningen in de grote rondes (Tour, Vuelta, Giro) slechts vierde staat, samen met Coppi en laatstgenoemde zag zijn carrière langdurig onderbroken door WO-II. Bij de dubbels (twee grote rondes in één seizoen) doet Armstrong niet mee en ook in het aantal gewonnen etappes is Armstrong nauwelijks uitzonderlijk.

En, met de prestaties in de tabel is Armstrongs erelijst vrijwel compleet, terwijl de anderen daarnaast ook vele grote klassiekers, WK's en minder prestigieuze wedstrijden wonnen. Zoals Merckx in 1972. Hij won in dat jaar 50 wedstrijden waaronder, Milaan–San-Remo (openingsklassieker), het Ardennenweekend (Waalse pijl én Luik-Bastenaken-Luik), vier achtereenvolgende touretappes, de Tour, de Giro, de Ronde van Lombardije (seizoensafsluiting) én vestigde en passant ook nog eens een werelduurrecord. Daar steken Armstrongs prestaties zeer magertjes bij af. Veel renners hebben een aanzienlijk imposantere erelijst dan de Armstrong, zodat we de Amerikaan een goede maar zeker geen uitzonderlijke wielrenner mogen noemen.

Mijn eerste weging van het bewijs in de Armstrong case is niet positief voor dat bewijs. De getuigenverklaringen lijken onder druk geleverd en/of komen uit de derde hand. Ze horen in de shredder thuis. Ze zijn wel echter de basis van de aanklacht. Het overige bewijs moet slechts de getuigenissen ondersteunen, terwijl er geen zelfstandig hard bewijs is. Met de onbetrouwbare getuigenverklaringen in de shredder blijft er niets van het bewijs over. Toch is op basis hiervan de wielersport op een onvoorstelbare wijze in diskrediet geraakt. De angst regeert en iedereen wantrouwt iedereen. In die angstcultuur klinkt de roep dat de waarheid nu maar eens boven tafel moet komen luid. Maar helaas, waar het hardst om de waarheid wordt geroepen is objectieve waarheidsvinding vaak ver te zoeken.

 

Overzichttabel overwinningen van zes topwielrenners

Bekijk de tabel op uw mobieltje in de landscape stand.
  Bartali Coppi Anquetil Merckx Hinault Armstrong
periode 1935-1950
(15 jr)
1940-1954
(14 jr)
1957-1966
(9 jr)
1966-1976
(10 jr)
1977-1984
(7 jr)
1993*-2005
(12/6 jr)
Tour zeges 2 2 5 5 5 7
Giro zeges 3 5 2 5 3 --
Vuelta zeges -- -- 1 1 2 --
Zeges grote rondes 5 7 8 11 10 7
Dubbel Giro-Tour -- 2 1 3 2 --
Dubbel Vuelata-Tour -- -- 1 -- 1 --
Dubbel Vuelta-Giro -- -- -- 1 -- --
Totaal dubbels 0 2 2 4 1 0
Etappes Tour 12 9 16 37 29 21
Etappes Giro 17 24 6 23 6 --
Etappes Vuelta -- -- 1 7 7 4
Etappes grote rondes 28 33 23 67 42 25
Puntenklass. Tour -- -- -- 3 1 --
Puntenklass. Giro 6 3 -- 1 -- --
Puntenklass. Vuelta -- -- -- 1 -- --
Bergklass. Tour 2 2 -- 2 -- --
Bergklass. Giro -- -- -- 2   --
Bergklass. Vuelta -- -- -- -- -- --
Totaal klassementen 8 5 0 9 2 0
Klassiekers/WK's            
Milaan-San Remo 4 3 -- 7 -- --
Ronde van Vlaanderen -- -- -- 2 -- --
Parijs - Roubaix -- 1 -- 3 1 --
Luik - Bastenaken -Luik -- -- 1 5 2 --
Ronde van Lombardije 3 5 -- 2 2 --
Waalse pijl -- 1 -- 3 2 1
Omloop van het volk -- -- -- 2 -- --
Gent-Wevelgem -- -- 1 3 1 --
Amstel Gold Race -- -- -- 2 1 --
R, um den Hennigerturm -- -- -- 1 -- --
Clasica San Sebastiaan -- -- -- -- -- 1
Wereldkampioen -- 1 -- 3(+1)** 1 1
Totaal klaasiekers/WK's 7 11 2 33 10 3
Carrière onderbreking 6 jr. WO-II; 6 jr. WO-II -- -- -- 2 jr. Kanker;

* Betwist kan worden of 1993, toen Armstrong wereldkampioen werd, als start voor zijn carrière op topniveau gekozen moet worden of 1999 toen hij zijn eerste Tour de France won. In de tussentijd heeft de Amerikaan, mede door zijn ziekte, geen topwedstrijden gewonnen. Wordt voor 1999 gekozen, dan is de lengte van zijn topcarrière slechts 6 jaar.

** Merckx was naast driemaal wereldkampioen op de weg bij de beroepsrenners ook een keer wereldkampioen op de weg bij de amateurs (liefhebbers).

 

Gebruikte literatuur

4 Corners (2012). The World According to Lance. Zoek op YouTube.
Brouwer, B. (2011). Getuigen, hun betrouwbaarheid en bewijskracht (zie hier).
Brouwer, B. (2012). Waarheidsvinding (zie hier).
Brouwer, B. (2013). Plateau de Beille (zie hier).
Fotheringham, W. (2012). Merckx. Half mens half fiets. Antwerpen: De Bezige Bij.
Hamilton, T. & Coyle, D. (2012) The Secret race. Inside the Hidden world of the Tour the France: Doping, Cover-ups, and Winning at All Costs. New York: Bantam Books.
Kuipers, H., Moran, J., Dubravcic-Simunjak, S., Mitchell, D. W., Shobe, J., Sakai, H. et al. (2007a). Hemoglobin level in elite Speed Skaters from 2000 up to 2005 and its Relationship with Competitive Results. International Journal of Sports Medicine, 28, 16-20.
Kuipers, H., Moran, J., Mitchell, D. W., Shobe, J., Dubravcic-Simunjak, S., Sakai, H. et al. (2007b). Hemoglobin Levels and Athletic Performance in Elite Speed Skaters During the Olympic Season 2006. Clinical Journal of Sport Medicine, 17 (2), 135-139.
Lodewijkx, H. F. M. & Brouwer, B. (2011). Some Empirical Notes on the 'Epo Epedemic' In professional Cycling. Research Quarterly for Exercise and Sport, 82, [4], 740-754.
Randewijk, M. (17-11-2012). Als renner leerde ik gangster worden. Volkskrant
Randewijk, M. (24-11-2012). Lance is de duivel in eigen persoon. Volkskrant
Stray-Gundersen, J., Videman, T., Penttilä, I., & Lereim, I. (2003). Abnormal hematologic profiles in elite cross-country skiërs: blood doping or? Clinical Journal of Sport Medicine, 13, [3], 132-137.
USADA (2012) Gehele doping dosier van de Amstrong Case (zie hier).

 

De repliek van Prof. Marian Olfers

Bram Brouwers gaat in zijn column 'Waarheidsvinding in de dopingpraktijk' in op de bewijsvoering in de zaak Armstrong. De auteur zegt 'eerlijke objectieve waarheidsvinding' te verdedigen. Dat is zonder meer een loffelijk streven. De auteur trekt daarbij de bewijsvoering door USADA in twijfel. Hij gaat daarbij echter voorbij aan het verschil tussen tuchtrecht enerzijds en strafrecht anderzijds. Ook slaat hij geen acht op de thans vigerende anti-dopingregels die betrekking hebben op de bewijsvoering in dopingzaken. Bovendien slaat de auteur geen acht op het feit dat Armstrong er zélf voor gekozen heeft van verdediging af te zien. Al deze punten zijn relevant voor de 'waarheidsvinding in de praktijk'.

Tuchtrecht versus strafrecht

Tuchtrecht - waaronder de anti-dopingregels - betreft verenigingsrecht waarbij sprake is van een sanctie binnen de groep: in dit geval de sport. In het strafrecht is - in tegenstelling tot het tuchtrecht - de overheid de initiërende partij. Het gaat in het strafrecht om de vraag of de betrokkene zich niet aan een voor een ieder geldende gedragsnorm heeft gehouden. Anti-dopingregels komen alleen voor binnen de sport en gelden niet voor iedereen. De regels gelden alleen voor de leden en/of aangeslotenen binnen het sportsamenwerkingsverband. In de Verenigde Staten is het gebruik van doping net als in Nederland - niet strafbaar gesteld. In de zaak Armstrong gaat het vooralsnog alleen om de civielrechtelijke kant, dus het tuchtrecht als onderdeel van het verenigingsrecht, waarbij een overtreding van de anti-dopingregels wordt gezien als een overtreding die de belangen van de sport schaadt.

De auteur schrijft 'Ook deze column geeft voldoende kans mij als verdediger van 'het kwaad' weg te zetten. Dat komt omdat de objectieve waarheid ongemakkelijk aanvoelt nadat Armstrong als crimineel is gekarakteriseerd.' De auteur geeft daarmee impliciet aan dat hij de 'objectieve waarheid' verkondigt. Hierop ga ik later in. Een crimineel is iemand die zich schuldig heeft gemaakt aan een misdrijf, of wegens een misdrijf is veroordeeld. Armstrong is op dit moment alleen binnen de sport gesanctioneerd. Er is (momenteel) geen sprake van een strafrechtelijk vergrijp. Dat Armstrong in de beeldvorming wordt gezien als 'crimineel', zegt meer over 'het publiek', dan over de werkelijke situatie.

Bewijs en de WAD-code

De auteur schrijft: 'Het gaat dan niet om de vraag of Armstrong doping gebruikte, maar of het bewijs een veroordeling daartoe rechtvaardigt'. Nu is het voor de lezer van belang dat het gaat om 'maatregelen' die zijn genomen op basis van de thans vigerende anti-dopingregels. De bron van deze antidoping regels betreft de World Anti-Doping Code (WAD Code). Eenvoudig hier te downloaden. Het is in dit geval belangrijk te weten wat er in de code staat over 'het bewijs'. Deze code dient immers ook het Amerikaanse anti-dopingagentschap als bron-document te raadplegen om 'bewijs' rond te krijgen.

In artikel 3 staat dat het bewijs in alle zaken moet leiden tot een 'comfortable satisfaction of the hearing panel bearing in mind the seriousness of the allegation which is made.' Dit betekent dat van een overtreding van de anti-dopingregels dus sprake is, als bij het panel sprake is van een gevoel van 'comfortable satisfation'. In het strafrecht moet echter sprake zijn van bewijs 'beyond reasonable doubt'. Of in Nederland van wettig en overtuigend bewijs. In tegenstelling tot het tuchtrecht moet de Nederlandse rechter bijvoorbeeld vrijspreken indien de rechter wel overtuigd is, maar geen of onvoldoende wettige bewijsmiddelen voorhanden zijn. Binnen het tuchtrecht geldt dus een 'andere bewijslast'. Hier kun je van alles van vinden, feit is dat dit momenteel de regels zijn op wereldniveau, waar ook overheden zich (zij het indirect, via het Unesco verdrag), achter scharen.

Relatie sterkte en omvang bewijs

De auteur legt een relatie tussen de sterkte van het bewijs en de omvang van het bewijs. 'Bij veel zwak bewijs-waarbij de relevantie er nauwelijks toe doet-lijkt het bewijs sterk. Niemand kan de waarde ervan snel overzien. Het idee ontstaat: met zoveel bewijs moet het wel waar zijn. Een nauwkeurige beoordeling blijft achterwege.' De eerste vraag is of deze premisse juist is. Wellicht gaat deze regel bij het grote publiek op, maar niet bij daartoe opgeleide juristen/rechters enz. Een 'schot hagel' is bij gekwalificeerde juristen geen aanleiding om aan te nemen dat 'het bewijs' rond is, (wellicht soms zelfs in tegendeel). Tuchtcolleges en het Court of Arbitration of Sport (hierna: CAS) zijn over het algemeen zeer goed in staat om het bewijs te beoordelen.

USADA is aanklager en tuchtcommissie ineen. De afwezigheid van de noodzakelijke scheiding tussen deze twee 'machten' (dus de afwezigheid van checks and balances) acht ik eerder discutabel dan de mate/omvang van bewijs. Het is overigens gebruikelijk dat een aanklager die stukken inbrengt die de aanklager van belang vindt. Dat USADA niet verwijst naar andere stukken die het tegendeel bewijzen, is vanuit de rechtspositie van USADA gezien niet meer dan logisch. Dat USADA tal van bewijsstukken inbrengt die volgens de auteur van nul f generlei waarde zijn, is toch bij uitstek iets waar het CAS over zou moeten oordelen. De bewijswaardering komt immers toe aan de daartoe bestemde organen.

WADA gaat niet in beroep tegen de zaak, hetgeen zoveel wil zeggen dat WADA een reden ziet om de zaak nogmaals helemaal over te doen voor het hoogste echtscollege binnen de sport. Dit is vanuit het recht gezien een gemiste kans. ij afwezigheid van verweer blijft veel 'in de lucht hangen', zoals hoe het CAS omgaat met de verjaringsperiode van acht jaar en op welke wijze het CAS komt tot een beoordeling na weging van het bewijs. Zonder verdediging blijft het voor USADA aangevoerde bewijs als bewijs overeind. Wat we daar ook van vinden.

Armstrong ziet zelf af van het voeren van verdediging

Armstrong heeft er zelf gekozen geen verdediging te voeren. Dit is naar mijn mening een strategische beslissing, zodat boven de markt blijft hangen of - en n welke mate - Armstrong schuldig is aan overtreding(en) van de regels. Ik durf de stelling aan dat wanneer Armstrong deze rechtsgang wel had gemaakt en dus het CAS de zaak nogmaals had laten beoordelen, en alle getuigen (wederom) aren opgeroepen - inclusief de toepassing van hoor/wederhoor - Armstrong nog meer schade zou zijn toegebracht. Er valt van alles te zeggen over het bewijs, aar als Armstrong het aangevoerde bewijs niet binnen de daartoe opgerichte organen weerspreekt, is het niet vreemd dat het bewijs in de ogen van het publiek overweldigend is. Dat Armstrong volgens de auteur wordt gezien als misdadiger’ komt vooraleerst door Armstrong zelf.

Strafvermindering heeft juridische basis

De auteur schrijft 'Desastreus wordt de bewijsvoering als we de rennersgetuigenissen beschouwen.' De auteur noemt het verkrijgen van strafvermindering, 'de ultieme uitnodiging tot liegen'. De voorvraag is of strafvermindering volgens de regels is toegestaan. Volgens de WAD code kan - zie artikel 10.5.3 - inderdaad de sanctieperiode worden verminderd, indien sprake is van een 'discovering restablishing an anti-doping rule violation by another Person ....' USADA al in de zaak Armstrong in nauw contact hebben gestaan met WADA, waarbij vermoedelijk gekeken is naar de 'seriousness' van de overtreding door de atleet, in casu Armstrong. Het CAS heeft ook in eerdere zaken bevestigd dat er een bezwaren bestaan tegen strafvermindering mits de eisen van de WAD-code en de basisbeginselen van het recht, in acht zijn genomen.

Mijn bezwaar is dat strafvermindering in een gespannen relatie staat tot de ratio achter de dopingregels, namelijk het harmoniseren en uniformeren van de anti-dopingregels. Ofwel het is slecht uitlegbaar dat de ene wielrenner een lagere straf krijgt voor een zelfde vergrijp als zijn teamgenoot. Bij Armstrong heeft (om over te gaan tot strafvermindering bij teamgenoten) - neem ik aan - zwaar meegewogen dat het niet alleen ging om gebruik, maar ook om onder meer het aanzetten tot gebruik. De auteur geeft aan dat de 'getuigenissen slechts in de prullenbak thuishoren.' Ik kan en wil niet zover gaan dat gelet op het feit dat de getuige strafvermindering is toegezegd en het feit dat het gaat om 'puntsgewijze getuigenverklaringen' de verklaringen de prullenbak in moeten. In het recht kun je en mag je dit niet bij voorbaat stellen. Zeker niet wanneer het handelen van USADA oorsprong en rechtvaardiging vindt in een juridische grondslag.

Hoe de media vervolgens aan de haal zijn gegaan met deze zaak, zegt veel over de media en dat wij als publiek klaarblijkelijk dit nieuws 'vreten'. Er is nauwelijks sprake van nuance. Niet bij de personen die Armstrong willen zien hangen en niet bij de personen die Armstrong willen verdedigen. De auteur biedt tegenwicht aan de algemene beeldvorming, heeft zich verdiept in de stukken, dat is zonder meer lovenswaardig en een voorbeeld voor velen. Maar dat is toch echt wat anders dan het vaststellen van de 'objectieve waarheid'.

Prof. Dr. Mr. Marjan Olfers is hoogleraar Sport en recht aan de Vrije Universiteit en werkzaam als advocaat/partner VMW Taxand. Zij is in 2009 aan de Vrije Universiteit van Amsterdam gepromoveerd. In haar proefschrift staat de spanning tussen de sportregel en het Europese mededingingsrecht centraal. Het behandelt de vraag of een eigen ruimte voor de sportregel bestaat en zo ja, hoe deze eigen ruimte wordt afgebakend ten opzichte van het Europese mededingingsrecht.


Bram Brouwers dupliek op Olfers

In mijn column Waarheidsvinding onderscheid ik drie wetenschapsfilosofische waarheidsconcepties: (1) Corresponderende waarheid ofwel de onveranderbare werkelijkheid gebaseerd op objectieve feiten en niet op visies, meningen, culturen of regels. (2) Coherente waarheid ook wel ervaring genoemd, die wij in het dagelijks leven gebruiken om met de wereld om ons heen om te gaan en te voorkomen dat we de corresponderende werkelijkheid steeds opnieuw moeten vaststellen. (3) Constructivistische waarheid, de waarheid zoals vastgesteld door een bevoegde instantie, volgens daarvoor opgestelde regels, in een daartoe bestemde procedure. De juridische waarheid is een constructivistische waarheid waarin de drie instituties worden ingevuld door respectievelijk de rechter, de wet en de rechtszaak. In dopingzaken zijn dat het CAS-arbiters, de WADC en de arbitrage zitting). Waar de corresponderende waarheid onveranderbaar is, kunnen coherente en constructivistische waarheden per tijd en plaats verschillen.

In Waarheidsvinding liet ik ook zien dat correspondentie de objectieve waarheid is, die we graag willen kennen en waar wetenschappers naar zoeken. Ik beschreef dat waarheidsvinding, in wetenschappelijk opleidingen methodologie genoemd, een substantieel onderdeel vormt van dergelijk studies en vaak als het moeilijkste deel daarvan wordt beschouwd. Ook beschreef ik dat methodologie in juridische curricula geen plaats heeft. Dat leidt tot de opmerkelijke situatie dat in het juridisch domein, waarin waarheidsvindingen cruciaal is, de professionals daarin niet zijn opgeleid. Integendeel, ze begrijpen er vaak niets van en beschouwen hun juridische waarheid dan als dé (corresponderende) waarheid.

De reactie van Olfers lijkt dat laatste te bevestigen. Ze begint haar kritiek de vaststelling dat ik in mijn column geen onderscheid maak tussen tuchtrecht en strafrecht. Vervolgens probeert ze aan te tonen dat mijn betoog niet over objectieve waarheidsvinding gaat, door te verwijzen naar allerhande rechtsregels en wetten. Maar rechtsvormen, rechtsregels en wetten zijn gebaseerd op cultureel gedetermineerde visies en meningen, die per tijd en plaats kunnen verschillen. Daarmee stelt Olfers haar juridische waarheid gelijk met de objectieve waarheid. Dat is onjuist. We zagen immers dat de onveranderlijke objectieve waarheid los staat van wetten, regels, culturen, ed. Ze kunnen daarmee dan ook niet aangetoond worden.

Olfers besluit haar kritiek met de opmerking dat mijn betoog toch echt wat anders is dan het ‘vaststellen van de objectieve waarheid’. Ten eerste stel ik geen ‘objectieve waarheid’ vast. In tegendeel ik stel vast dat het USADA-bewijs onvoldoende is om de objectieve waarheid in de Armstrong case vast te stellen. Ten tweede toont Olfers kritiek dat ze, net als veel van haar collega juristen, het elementaire verschil tussen juridische en objectieve waarheid niet begrijpt. Ze verward haar juridische waarheid met de objectieve waarheid. In de CAS-uitspraak in de Contador case zagen we hetzelfde (zie Waarheidsvinding).

In de column objectieve versus juridische waarheid bespreek het voorgaande uitgebreider.

***

Copyright © 2006-2020 - Bram Brouwer - All Rights Reserved